donderdag 30 januari 2025

Griep

Inmiddels is het alweer bijna twee weken geleden dat ik met mijn werkzaamheden in het basisonderwijs ben begonnen. Eerste stappen zijn altijd spannend en uitdagend maar ook leuk. De eerste week was er vooral een van kennismaken met leerkrachten en leerlingen. Al gauw kreeg ik wat kleine taken toebedeeld als voorlezen. Voor die gelegenheid had ik een bundel verhalen en sprookjes van Tonke Dragt meegenomen.

Na mijn voordracht werd er geklapt. 'Nu moet u wel buigen,' voegde een van de leerlingen eraan toe. De juf vond het maar raar. 'Meester Pieter is geen artiest die komt optreden. Jullie klappen voor mij toch ook niet?' Ik voelde me verguld, maar maakte ook duidelijk dat ik geen applaus hoefde.

Na een week met de groepen 3-4 en 6-7 opgetrokken te hebben was het voor mij nogmaals duidelijk: werken in het onderwijs bevalt mij goed en ik zie uit naar de komende tijd waarin ik mij verder kan bekwamen en mijn takenpakket kan uitbreiden.

Helaas kwam ik afgelopen week lamlendig thuis. Nu kun je dit nog wijten aan de drukke eerste werkweek en alle nieuwe impressies die daarbij horen, maar in de loop van het weekend werden de symptomen alleen maar erger. En zo lig ik sinds zondag op bed met koorts die op maandag tot bijna 41° C was opgelopen. Met het aanhoudende gehoest een vermoeiende en slopende combinatie. (Ik heb nu net wat meer fut om dit stukje te schrijven.)

Inmiddels heb ik ook online professioneel medisch advies ingewonnen bij mijn huisarts. 'De symptomen horen bij griep,' zei deze. Daamee hoor ik officieel tot het legioen dat meesurft op de huidige griepgolf. Tenzij er sprake is van alarmsignalen als aanhoudende hoge koorts is het enige wat ik kan doen: uitzieken, paracetamol innemen en af en toe een slijmoplossende hoestdrank slikken. Ik weet dus wat ik de komende dagen te doen - of juist niet te doen heb.

donderdag 9 januari 2025

Naar school

Over verandering als enige constante in het leven heb ik eerder al wat geschreven. Zie: Heartfield's Planet: De onveranderlijkheid van verandering .Verandering is natuurlijk niet altijd makkelijk of wenselijk, vooral als deze erg snel gaat en de veranderingen veel en groot zijn. Vooral ouderen en mensen met een bepaalde vorm van autisme kunnen verandering lastig vinden. Dit omdat een zekere structuur, stabiliteit, regelmaat en rust voor hen belangrijk zijn. Natuurlijk ben ik geen expert op het gebied van autisme en kan ik niet in ieders hoofd kijken om te zien wat daarin plaatsvindt. Maar ik denk dat veel verandering in korte tijd ook te veel van het goede is voor ‘normale’ mensen.

Kijkend naar het wereldgebeuren is het denk ik een understatement dat er momenteel veel aan het veranderen is. De vraag waar dit allemaal toe leidt kan, denk ik, door geen mens zinnig beantwoord worden. Om mij heen, maar ook online of op tv, wordt door een ris aan deskundigen en mensen met een al dan niet onderbouwde mening een scala aan mogelijke uitkomsten geschetst: van extreem somber tot nuchter of zelfs licht optimistisch. Het zal allemaal wel zo’n vaart niet lopen, wordt in dat laatste geval gezegd. Maar garanties op een goede afloop, of een minder goede, kan niemand geven. Men kan hooguit voorbeelden uit het verleden aandragen. Een gewaarschuwd mens telt immers voor twee.

In het afgelopen jaar zijn ook op het persoonlijk vlak wat dingen veranderd. Zo werd na 5 jaar als geestelijk verzorger in de ouderenzorg gewerkt te hebben, mijn aanstelling beëindigd en werd ik klant bij het UWV. Bij mijn afscheid werd mij nog verzekerd dat er genoeg werk was en ik snel een nieuwe baan zou hebben. Ik deelde aanvankelijk in dat optimisme en het leek er inderdaad op dat ik zo weer aan de slag zou kunnen gaan. Na een aantal sollicitaties te hebben verstuurd kwamen er aanvankelijk  snel uitnodigingen om op gesprek te komen. Helaas leverde dit verder niets op en volgden daarna vooral afwijzingen in de trant van: ‘helaas is de keuze niet op u gevallen, want...’ Sommige bedrijven, instellingen en organisaties namen zelfs helemaal niet de moeite om te antwoorden.

In de gesprekken met mijn adviseur bij het UWV kwam wel een mogelijke optie met regelmaat bovendrijven: leerkracht. Ik wilde graag aan de slag in het onderwijs en werd al enthousiast bij de gedachte ooit als docent voor de klas te staan. Via kennissen, zelf werkzaam in het onderwijs, werd mij in het afgelopen najaar de mogelijkheid geboden om eens een dagje mee te lopen of zelfs een gastles te geven. Zo liep ik op een middelbare school in Oegstgeest mee met een docent Duits, op een Internationale Schakelklas in Rijnsburg en op diverse basisscholen in Rijswijk en Delft. Op een basisschool in Rijswijk mocht ik een klasje bollebozen iets vertellen over de wetten van Newton. Op een internationale school in Delft was men vooral enthousiast over mijn ervaring als rondleider bij Space Expo en werd ik in het diepe gegooid om iets over ruimtevaart te vertellen.

Heeft dit alles nog iets opgeleverd? Gelukkig wel. Zo werd ik in december per email uitgenodigd om op gesprek te komen bij een basisschool in Delft. (Deze is onderdeel van dezelfde onderwijsorganisatie waar ook de internationale school onder valt.) Na een tweede gespreksronde kreeg ik, vlak voor het begin van de Kerstvakantie, te horen dat men graag met mij verder wilde en mij een aanstelling als zijinstromer kon aanbieden. De verdere details moeten nog worden uitgewerkt en er volgt nog een arbeidsvoorwaardengesprek. Hopelijk en waarschijnlijk zal dit niet al te lang meer duren en sta ik binnenkort vijf dagen per week voor de klas. Later dit jaar zal ik dan zelf weer plaatsnemen in de collegebanken om een verkorte PABO te doen om mijn bevoegdheid te halen.

Ondanks alle somberheid en donkere wolken die boven ons samenpakken is dit zeker een fijn vooruitzicht. Omdat er met dit alles veel tijd mee gemoeid is, betekent dit ook dat ik een aantal andere activiteiten zal moeten beperken of zelfs stoppen. Daar zal ik, als alles in kannen en kruiken is, nog verder met wie het aangaat contact over opnemen. Natuurlijk wil ik iedereen nog bedanken die mij met raad en daad hebben gesteund met het vinden van een nieuwe werkkring en uitdaging. Jullie krijgen nog een persoonlijk bedankje van mij. Ik houd jullie op de hoogte van mijn ervaringen als schoolmeester. Schoolmeester Pieter. Klinkt leuk toch?

dinsdag 3 december 2024

Sundereklaes

 

Op bovenstaande foto zie je mij gefascineerd kijken naar mijn Sinterklaascadeautje: een wereldbol. Rechts staat mijn oma, zoals altijd in haar vestschort gehuld. De verjaardag van Sinterkaas, of Sunde(re)klaes zoals de naam van de Goedheiligman in de volkstaal van Katwijk werd uitgesproken, vierde onze familie traditiegetrouw bij oma en opa Van der Bent. Met een vol verwachting kloppend hart liepen we naar hun rijtjeshuis in de naoorlogse wijk Het Witte Hek waar ooms en tantes met de andere kleinkinderen zich ook meldden voor het heerlijk avondje dat was gekomen.

Pakjesavond bij oma en opa voltrok zich volgens een vast ritueel waarbij de spanning langzaam werd opgebouwd. Op een gegeven moment werd er stevig op de deur van het halletje gebonsd waarna een gehandschoende hand een lading pepernoten de kamer in slingerde die wij, de kleinkinderen, juichend bijeenharkten. In het halletje waren inmiddels ook zakken vol cadeautjes op wonderbaarlijke wijze verschenen. Vervolgens werden de zakken geleegd en de cadeautjes uitgedeeld. Een 'echte' Sint en Piet kwamen nooit de geschenken uitdelen, maar ik ging er zondermeer vanuit dat een van Sints secondanten de zakken snel had afgeleverd om vervolgens weer naar het volgende adres te gaan. Ook aan het maken van surprises of voordragen van gedichten werd niet gedaan. De namen die op de cadeaus stonden werden voorgelezen en het cadeau werd vervolgens aan de betreffende persoon overhandigd.

Op een onfortuinlijke avond – nou ja, het is maar wat je onfortuinlijk noemt – kwam ik er terloops achter hoe de vork achter dit toneelstukje (want dat was het) nu werkelijk in de steel zat. Oma en opa hadden in hun keuken een voorraadkelder. Nietsvermoedend deed ik op een zekere Sinterklaasavond de deur open en zag tot mijn grote blijdschap dat de kelder vol stond met zakken vol cadeautjes. Sint had dus dit keer zijn waren in de kelder achtergelaten en meteen wilde ik iedereen daarvan vertellen, ware het niet dat mijn oma mij tegenhield en verzocht nog niets te vertellen aan mijn jongere neven en nichten. Beteuterd deed ik er dus het zwijgen toe zodat het toneelstukje van bonzen en strooigoed strooien als vanouds gespeeld kon worden. Ik was blij met de cadeautjes maar het was toch een ander Sinterkaasfeest dan ik gewend was. Het was niet Sinterklaas die de cadeautjes had gekocht, maar mijn ouders, grootouders en ooms en tantes, begreep ik toen.

Later vond oma het toch leuk om een Sinterklaas op te voeren. Dus werd ik, als oudste kleinkind reeds ingewijd in het niet bestaan van Sint en Piet, deel van het toneelstukje dat werd opgevoerd voor de andere kleinkinderen. Oma nam mij apart om mij in een Perzisch tapijt te hullen, een baard van drogisterijwatten om te doen en een kartonnen mijter op het hoofd te zetten. (Ik denk dat sommigen hier de link leggen met de Snieklaas conference van Toon Hermans. Maar zover ik weet zat in oma’s tapijt geen afdruk van de asbak.) Met een lage stem deed ik vervolgens mijn opwachting in de woonkamer tot grote hilariteit van de volwassenen daar. ‘Hallo kinderen, zijn jullie braaf geweest?’

Oma’s geïmproviseerde Sinttenue bleek niet helemaal mijn identiteit te maskeren. Mijn jongste neef vroeg dan ook regelmatig: ‘Jij bent toch Pieter?’ Wat ik vervolgens met lage stem ontkende. Maar waar ‘Pieter’ dan wel was kon ik ook niet verklaren. Want hoorde hij er niet bij te zijn? Mijn neef keek dus wel door de vermomming heen, maar helemaal zeker van zijn zaak was hij ook niet. Er was nog ruimte voor twijfel. 

Nog een keer erna heeft oma mij als Sinterklaas verkleed. Die keer met een baard van slierten crêpepapier. Het moge duidelijk zijn dat deze vermomming nóg minder geslaagd was. En mijn neven en nichten hadden inmiddels ook de jaren des onderscheids bereikt en wisten wat er werkelijk speelde. Uiteindelijk vond oma het allemaal wat te druk worden allemaal en vierde ons gezin het jaar daarop Sinterklaas thuis.


maandag 2 december 2024

Sterrenwacht








Aan de Witte Singel in Leiden staat de Oude Sterrewacht. Hoewel Remco en ik eerder dit jaar al een poging deden om binnen te komen en het monumentale gebouw te bekijken – wat niet mogelijk was, want het was maandag en er werd college gegeven en we moesten van tevoren reserveren – lukte het dit keer wel om, in combinatie met een bezoek aan de Hortus Botanicus, een rondleiding te krijgen. Het bezoekerscentrum van de sterrenwacht bleek zich onder het hoofdgebouw te bevinden, verstopt in de voormalige vestingwerken van de Sleutelstad in een hoekje van de Hortus. Daar waren we nog ruim op tijd om voor 5 Euro per persoon aan te sluiten bij de rondleiding van 3 uur ’s middags. ‘En,’ zo zei de gids, ‘jullie hebben geluk want dit is ook meteen de laatste rondleiding van het jaar.' Uiteraard voelden we ons bevoorrecht en opgetogen liepen we achter de gids – een voormalig student astronomie, thans iets studerend met meer baangarantie in Delft – aan naar het terrein voor het monumentale Observatoriumgebouw met daarop een aantal koepels.

De gids begon enthousiast aan zijn relaas over de geschiedenis van de sterrenwacht. Deze blijkt de oudste universitaire sterrenwacht ter wereld te zijn. Al in 1633 kreeg de Leidse universiteit een eigen sterrenwacht. Het huidige observatiegebouw dateert van 1861 en is gebouwd in opdracht van Frederik Kaiser. Daarvoor werden waarnemingen gedaan vanaf het dak van het wat verderop gelegen Academiegebouw aan het Rapenburg, bekend van het ‘zweetkamertje’ waarin promovendi en studenten wachten op hun diploma. Kaiser had zelf een telescoop in zijn woning geplaatst waarvoor een deel van het dak moest wijken. Het spreekt vanzelf dat dit de constructie van het dak geen goed deed. Kaiser vond de Hortus de beste plaats voor het nieuwe observatorium. De Hortus vond dat uiteraard niet. Maar Kaiser zag zijn kans schoon een stuk grond aan de Hortus te ontfutselen toen Hortusdirecteur Willem Hendrik de Vriese op studiereis was.

Vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog zou een hypermoderne telescoop geïnstalleerd worden. Om te voorkomen dat de bezetter zijn hand zou kunnen leggen op het instrument werd het gedurende de hele oorlog gedemonteerd verstopt. Na de oorlog bleek de telescoop nog geheel intact en compleet te zijn. Men was echter een essentieel onderdeel kwijtgeraakt, namelijk: het montageschema. In de jaren 70 van de vorige eeuw verhuisde de faculteit sterrenkunde naar het Huygens Laboratorium en het Oortgebouw in het Bio-Science park. De oude sterrenwacht werd het onderkomen van de faculteit biologie.

De gids haalde op dit moment van zijn verhaal een eigen – niet serieuze – complottheorie aan. Volgens hem betrof het hier een wraakactie van de biologen vanwege de ‘diefstal’ van de Hortus door de sterrenkundigen. Het gebouw zou weer aan de natuur teruggegeven moeten worden. Inderdaad verkeerde het gebouw begin deze eeuw in een deerniswekkende toestand van verval met planten die in en uit de ramen groeiden. Uiteindelijk werd het gebouw tussen 2009  en 2011 gerenoveerd en doet thans dienst als collegeruimte van de rechtenfaculteit.

De sterrenwacht heeft in zijn geschiedenis aardig wat beroemde geleerden gehuisvest. Het aandeel van Nederland in de moderne astronomie is ook niet te onderschatten. Bijzonder voor een land waar de weersomstandigheden voor het waarnemen van de sterren op zijn zachtst gezegd vaak ongunstig zijn. De locatie van de Oude Sterrewacht, aan de rand van de binnenstad van Leiden met zijn lichtvervuiling, maakt goede waarnemingen thans onmogelijk. Dat is de reden dat grote observatoria tegenwoordig hoog in de bergen te vinden zijn zoals in Chili, op Hawaii en op Tenerife.

Na dit verhaal was het tijd om een van de telescopen van dichtbij te bekijken: de fotografische dubbelrefractor uit 1897 die met zijn lengte van 524 cm de grootste refractortelescoop (lenzentelescoop) in Nederland is. Het is de enige historische telescoop in Leiden die gebouwd is voor het maken van foto’s. Hier heeft onder andere de bekende sterrenkundige Jan Hendrik Oort (1900 – 1992) zijn waarnemingen gedaan. De zogenaamde Oortwolk, een verzameling ijsachtige objecten die de buitenste regionen van het zonnestelsel vormen, is naar hem vernoemd. In de sobere koepel staat ook nog de stoel van Oort waar ik nog even eerbiedig plaats op mocht nemen.

Naast Oort hebben zoals gezegd vele bekende wetenschappers gewerkt in de Leidse sterrenwacht of deze bezocht. Ik noem er een paar:

Willem de Sitter (1872 – 1934) leverde belangrijke bijdragen aan de hemelmechanica en deed veel om de ideeën van Einstein onder de aandacht te brengen in met name de Engelstalige wereld.

Albert Einstein (1879 – 1955), was tijdens zijn hoogleraarschap in Leiden vaak te vinden in de sterrenwacht om ideeën uit te wisselen met De Sitter. In het Observatiegebouw staat ook nog steeds de ‘Einsteinstoel’ waarop de grote geleerde zat te mijmeren.

Ejnar Hertzsprung (1873 – 1967), bekend van het Hertzsprung-Russelldiagram dat de basis vormt van de classificatie van sterren. Hertzsprung volgde De Sitter op als directeur van de sterrenwacht. Hij weigerde om zijn intrek te nemen in de grote directeurswoning van de sterrenwacht.

Al met al was het een leerzame en interessante middag. Het was wel jammer dat veel van het verhaal over de sterrenwacht buiten werd verteld waar het op dat moment ook niet bepaald warm was. Een eventueel bezoek aan het hoofdgebouw zal hopelijk in de nabije toekomst wel mogelijk zijn.

Zoals ik eerder schreef heeft Nederland qua astronomie een rijke geschiedenis. Twee regionen in het zonnestelsel dragen de naam van een Nederlandse astronoom: de al eerder genoemde Oortwolk en de wat nabijer gelegen Kuipergordel die daar deel van uitmaakt. Gezien de fantasie- en heilloze bezuinigingen die de huidige regering in onder andere het Hoger Onderwijs door wil voeren is het belangrijk te weten dat daarmee, wanneer deze doorgevoerd worden - deze lange traditie van sterrenkunde daarmee wellicht definitief tot het verleden behoort. Dat zou pas echt zonde zijn.

vrijdag 15 november 2024

Sterke mannen?


Boven dit blogje heb ik een plaatje geplaatst van Julius Caear, de bekende Romeinse veldheer, in de versie van de makers van de stripreeks Asterix. Daarin wordt Caesar neergezet als een ijdele en zelfingenomen heerser die voortdurend door de Gallische krijger Asterix en zijn trouwe metgezel Obelix voor schut wordt gezet. In het album De Romeinse Lusthof zit deze vermakelijke scene. Om eens en voor altijd van de vermaledijde Galliërs af te zijn heeft Caesar een plan bedacht. Hij wil een nieuwe stad, vol met de zegeningen van de Romeinse beschaving, pal naast het dorp bouwen.

De verlokkingen van de Romeinse cultuur moeten de opstandige dorpelingen temmen zodat ze niet meer aan vechten denken. Uiteindelijk zullen de Galliërs dan vanzelf opgaan in het Romeinse Rijk. Voor Caesar ligt een grote maquette van het complex. Terwijl Caesar zijn plannen toelicht heeft hij het telkens over ‘hij.’ Een aanwezige vraagt zijn buurman over wie Caesar het heeft. ‘Over zichzelf,’ zegt de ander. Hij spreekt altijd over zichzelf in de derde persoon enkelvoud.’ Daarop zegt de eerste tegen Caesar: ‘Hij is geweldig!’ ‘Wie?’ vraagt Caesar. ‘Nou… u!’ ‘Ah!... hij!’ is het antwoord.


De makers van Asterix kennen hun klassiekers. In zijn boek Oorlog in Gallië vertelt Caesar van zijn veldtochten (en slachtpartijen) in het gebied dat we nu als Fankrijk en België kennen. En hij doet dit in de derde persoon enkelvoud, alsof iemand anders aan het woord is. Natuurlijk vervult Caesar in zijn eigen verslag de rol van briljant strateeg en onkreukbaar leider. Het spreekt vanzelf dat zijn tegenstanders als chaotische en onbetrouwbare barbaren worden neergezet. In vele opzichten is Oorlog in Gallië een fout boek vol propaganda, schaamteloze zelfverheerlijking en met een gekleurde versie van de gebeurtenissen in Gallië.

De vergelijking met hedendaagse politici, zoals Donald Trump, dringt zich hier op. Natuurlijk gaat de vergelijking nooit helemaal op. Er gaapt een kloof van meer dan 2000 jaar tussen beide heren. Caesar was waarschijnlijk een betere schrijver en slimmer. Wat ze beiden wel gemeen hebben is dat ze met hun retoriek velen aan zich wisten te binden. Ook een losse seksuele moraal hebben beiden gemeen. We kunnen ons nog wel Trumps beruchte ‘...grab them by the pussy’ herinneren en zijn vele escapades. Caesar was ook niet kieskeurig waar het zijn seksuele partners betrof en deelde zijn bed met mannen en vrouwen. Wanneer Caesar ergens in aantocht was werd gewaarschuwd: ‘Moeders, sluit je dochters op. Kaalkop komt eraan.’ De ijdele Caesar leed inderdaad aan kaalheid en probeerde deze, net als Trump, met een bedekkende haarlok te verdoezelen.

We lijken in een tijd te leven dat de sterke man met een comeback bezig is. Een goede vraag is natuurlijk: hoe komt dit? Zes jaar geleden sprak ik in mijn overdenking in een dienst in Krommenie daar ook al mijn verbazing over uit. Met name de zorgvuldig opgebouwde acceptatie van de homoseksuele medemens en de gelijke behandeling van vrouwen en minderheden staan ineens ter discussie of worden met de voeten getreden. Terwijl met name de jaren ervoor juist een toename lieten zien van gelijke rechten voor mannen en vrouwen – hoewel nooit helemaal gerealiseerd – en andere gemarginaliseerde groepen. In veel sectoren als het basisonderwijs en de zorg is er nu zelfs sprake van feminisering en vormen vrouwen de grootste groep onder personeel en management.

Zo schrijft Herman Meijer: 'De MeToo-beweging heeft veel walgelijk mannengedrag aan het licht gebracht, onveilige situaties in de amusementswereld en op werkvloeren elders aan de kaak gesteld en daders voor de rechter gebracht. Die doorgaande strijd is veelal in het voordeel van de vrouwenkant. Maar ook de tegenreactie manifesteert zich, in de vorm van boze mannen. Wereldwijd. In Afghanistan heten ze Taliban. In Nederland onder meer Forum voor Democratie. En op sociale media werven Andrew Tate en consorten opgroeiende jongetjes voor een antifeministische agenda.'

Tate loopt zonder gêne te koop met zijn toxische mannelijkheid, rookt grote sigaren, rijdt in dure auto’s en heeft het over vrouwen als bitches die als slaaf en sloof van de man hun mond maar moeten houden. Onlangs werd in Australië nog de alarmklok geluid over zijn toenemende invloed op met name – maar niet uitsluitend – de mannelijk schooljeugd. Tegen vrouwelijke docenten werd gezegd dat hun borsten er puik bij stonden. Tegen meisjes werd gezegd dat ze niet hoefden te studeren en dat ze beter geld met hun lichaam konden gaan verdienen. Tate is inmiddels opgepakt voor mensenhandel maar dat lijkt zijn schare fans niet te deren. Sterker nog: het roept alleen maar meer bewondering op.

Om het verschijnsel Tate enigszins te duiden is moeilijk. Hebben jongetjes te weinig mannelijke rolmodellen? Kijken we naar figuren als Poetin dan zien we ook zo’n beeld van de überman die met ontbloot bovenlijf paardrijd. Of wat te denken van een Kim Jong Un die over zijn land heerst als ware het zijn privébezit en met raketten speelt alsof het speelgoed is.  Of wat te denken van die malloot in Argentinië die met wat pennenstreken denkt het hele land uit het slop te trekken?

Trump omringt zich graag met krachtpatsers en succesvolle ondernemers. Nu hij zijn kabinet bijeen harkt hoeven de kandidaten slechts aan één vereiste te voldoen: loyaliteit. Zoals we eerder zagen zal Trump ook nooit zijn verlies erkennen. Ook het feit dat hij een veroordeelde crimineel is deert zijn bewonderaars niet. Integendeel. Het strekt zelfs tot aanbeveling. Het paradoxale van de steun vanuit christelijke hoek, van de blinde bewieroking van Trump, is dat met name het dienende aspect van Jezus vergeten, genegeerd of zelfs weersproken wordt. Het is feitelijk radicaal nationalisme met een christelijk sausje eroverheen. 

De Jezus van de Bergrede met het ‘zalig zijn de vredestichters’ en het toekeren van de andere wang wordt als een slappe hap gezien. Liever ziet men een tot de tanden gewapende Jezus, een krachtpatser die het kruis waaraan hij hangt tot splinters hakt. Daarom is het boek Openbaring in deze kringen zo populair. Daarin geeft een buitengewoon toornige Christus immers al zijn tegenstanders er ongenadig van langs. Het is nog maar zeer de vraag of in deze penibele tijden een dergelijk boek als leidraad en inspiratiebron moet worden gezien of als legitimatie van geweld.

De menselijke neiging om krachtpatserij en geweld te bewonderen moet voortdurend bevraagd en uitgedaagd worden. Er zullen altijd tirannen en onderdrukkers zijn die met mooie woorden en beloftes massa’s mensen weten te betoveren. Of het nu figuren zijn als Andrew Tate of Trump. Waar het naartoe gaat is moeilijk te zeggen. Maar als de geschiedenis iets duidelijk heeft gemaakt is dat mensen over het algemeen veel van deze lui kunnen verdragen maar dat op een gegeven moment de rek er wel uit is. En ook zij hebben niet het eeuwige leven. Zoals in het boek Job staat: 'Een despoot zijn weinig jaren toegemeten.' Veel tirannen moeten dan ook constant achterom kijken en vrezen voor hun leven. Helaas kunnen de gevolgen van hun strapatsen wel generaties lang doorijlen, zoals het geval was na de vorige ambtstermijn van Trump en wederom het geval lijkt nu Trump het Witte Huis weer betrekken mag.

In de jaren 90 en daarna was er veel optimisme met betrekking tot de weg die de mensheid was ingeslagen. Ook onlangs werd door Rutger Bregman in zijn gelijknamige bestseller nog gesteld dat de meeste mensen deugen. Ook denkers als Steven Pinker en Maarten Boudry verspreiden eenzelfde optimisme. Alles is beter dan vroeger. We zijn welvarender en gelukkiger dan ooit en het wordt alleen maar beter. In zekere zin is het de paradox van deze tijd dat het gemiddeld beter gaat met ons dan pak weg 40 jaar geleden.

Dat wil dus niet zeggen dat het iedereen goed gaat. Dit laatste is vaak het gat waarin populisten zich nestelen en uitbuiten om aan de macht te komen. Dat daarbij de waarheid geweld wordt aangedaan, onvrede wordt gezaaid, haat aangewakkerd en dingen een crisis worden genoemd terwijl daar geen sprake van is doet er niet zo toe.

Moeilijke tijden zijn niet gediend met simpele oplossingen en het vraagt moed, oefening, wijsheid, volharding en geduld om met werkelijke oplossingen te komen. In het licht van de aantoonbare vooruitgang stemt het mij hoopvol dat dit kan en moet. Niet dat het een gelopen race is. Er blijft altijd werk aan de winkel en waakzaamheid blijft geboden. Nu meer dan ooit.

vrijdag 8 november 2024

Beloofd land

Het heeft me enige tijd en hoofdbrekens gekost eer ik mijn gedachten over het aanhoudende geweld in het Midden-Oosten op schrift kon stellen. Gewoon omdat het allemaal razend ingewikkeld is en de emoties en verdeeldheid rond dit uitzichtloze en gruwelijke conflict hoog oplopen sinds de verschrikkelijke aanval op Israëlische burgers op 7 oktober 2023 en de daaropvolgende nietsontziende wraakacties op Gaza. Ik begrijp – tot op zekere hoogte, want ik ben geen ervaringsdeskundige – de emoties van beide kanten. De beelden van verdriet en vernietiging maken mij boos en moedeloos. Zoals het intense verdriet van de jonge vader die in een gruwelijk moment zijn pasgeboren tweeling en zijn vrouw verliest.

Op Facebook las ik met betrekking tot de Pro-Palestina demonstraties op 7 oktober de volgende reactie: “Iedereen mag daar anders over denken, maar ik zou zeggen: laten we de kant van de slachtoffers kiezen. Als je dat wel doet (de kant van de slachtoffers kiezen in Israël én Gaza én elders), wordt ogenblikkelijk duidelijk hoe de verhoudingen zijn. Ik wens Hamas en Hezbollah een roemloos einde en Netanyahu een spoedige exit.” De golf van antisemitisme en anti-Joods sentiment die met de kritiek op Israël mee surft vind ik net zo verwerpelijk als anti-Arabisch of anti-Islamitisch sentiment waar onlangs Geert Wilders, na de rellen rond Israëlische voetbalhooligans in Amsterdam, een politiek slaatje uit probeerde te slaan. Maar vooruit: hier dan toch een poging.

Romantisch

Ik ben opgegroeid met een vrij naïef en romantisch beeld van Israël. Dit werd ingeven door de lessen bijbelse geschiedenis op de lagere school. De verhalen van David en Goliath, Jona in de walvis en Daniël in de leeuwenkuil gingen erin als koek en werden zonder meer als ‘waar gebeurd’ verteld, inclusief de wonderbaarlijke en legendarische aspecten als bezoekjes van engelen en pratende ezels. Lang is in de geschiedschrijving het bijbelse narratief als historisch accuraat overgenomen, onderwezen en verteld. Hoewel er soms wat geschoven werd met jaartallen – bijvoorbeeld met betrekking tot het jaar van de uittocht uit Egypte – werd, en vaak nog wordt gedacht dat de dingen zich zo hadden afgespeeld zoals deze in de bijbel staan opgeschreven.

Als kind dacht ik dat de Joden sinds bijbelse tijden ononderbroken een eigen staat hadden. Later kwam ik erachter dat dit toch anders zat.[1] Ook het beeld dat ik van het moderne Israël had was nogal rooskleurig. Hadden de Israëliërs zich niet staande weten te houden tegen een enorme overmacht van Arabieren? Hadden ze de woestijn niet tot bloei laten komen? Natuurlijk hadden ze recht op dat land. Want dat staat in de bijbel, toch? Die Palestijnen waren lastig want dat waren maar terroristen, toch? De naam alleen al, afgeleid van de Filistijnen, de aartsvijanden van de oude Israëlieten, deed vermoeden dat zij sowieso niet deugden.

In de evangelische gemeente in Noordwijk waar ik een tijdje lid van was werden regelmatig thema-avonden rond Israël georganiseerd met sprekers van bijvoorbeeld Christenen voor Israël. Bij de voormalige villa waar de gemeente haar diensten hield en nog houdt – wapperde de vlag van Israël als steunbetuiging aan de Joodse staat en teken van Gods belofte van een nationaal herstel van Israël. Goede avondmaalwijn werd geacht regelrecht van de wijngaarden op de hellingen van de Karmel te komen. Op filmavonden werden films vertoond zoals His Land (1970) waarin een breed glimlachende Cliff Richard in een kibboets, tussen al even stralende Israëlische boeren, de titelsong zong. Ook de lokale christelijke boekhandel deed aan Israëlpromotie door zeepjes, badzout, wijn en andere producten uit Israël te verkopen.

Dit hele sentiment laat zich goed samenvatten met de volgende anekdote die ik mij uit die tijd herinner: “Palestijnen hebben al een thuisland: Jordanië. Israël heeft naar Gods belofte recht op het land tussen de Jordaan en de Middellandse Zee. Laat ze alle Arabieren maar naar Jordanië verhuizen.” Deze woorden, of woorden van gelijke strekking, hoorde ik ooit de besnorde en vriendelijke tandarts in ruste in eerdergenoemde christelijke boekhandel vertellen. Als ik het fotoalbum van mijn vakantie in Israël in 1990 doorspit en de begeleidende tekstjes lees vind ik daarin veel van dezelfde naïviteit terug.

Bijbelse claims

De grootste fans van Israël vind je in de evangelisch-christelijke hoek. Met een beroep op de bijbel wordt het exclusieve recht op de bewoning en het bezit van het land toegekend aan het Joodse volk. God heeft het immers aan hen beloofd. Lang is de archeologie in Israël ook een instrument geweest om deze claim van legitimiteit en historische onderbouwing te voorzien.[2] Niemand zal de oorsprong van de Joden in het gebied ontkennen. Maar in het licht van recent historisch en archeologisch onderzoek zijn daar wel wat nuances en kanttekeningen bij te plaatsen. Kanttekeningen die de bijbelverhalen in een ander licht plaatsen.

Het boek Jozua, dat de geschiedenis van de verovering van Kanaän verteld, blijkt historische fictie. Zo is er, om maar wat te noemen, geen enkel bewijs dat Jericho in die tijd dat het boek zich afspeelt met geweld werd ingenomen. Sterker: de stad was in die tijd onbewoond. Ook de uittocht uit Egypte blijkt niet te hebben plaatsgevonden. Het is een mythische constructie uit later tijd. Misschien zijn er wel kleine groepen geweest die vluchtten uit Egypte, maar de Egyptische annalen spreken nergens van een massale uittocht van honderdduizenden mensen na een reeks van rampen (de tien plagen). Wel spreekt de stele van Merenptah van Israëlieten in Kanaän, wat toen onder Egyptisch bestuur stond.[3] Het blijkt eerder zo te zijn dat de Israëlieten als afzonderlijke etnische en religieuze groep in Kanaän onstaan zijn en dus qua taal, cultuur en afkomst veel met de Kanaänieten gemeen hebben. Dat wordt ook nog een onderstreept door genetisch onderzoek.

Mahmoud Abbas, president van de Palestijnse gebieden, zei ooit in een redevoering dat de Palestijnen de afstammelingen zijn van de oorspronkelijke bewoners: de Kanaänieten. Ook hij wordt door genetisch onderzoek daarin deels in het gelijk gesteld. Maar als kruispunt van drie werelddelen zijn er verschillende volken door het land heengetrokken die allemaal hun sporen hebben achtergelaten. Toen in 72 Jeruzalem door de Romeinen werd veroverd betekende dit ook niet meteen het einde van de Joodse aanwezigheid in het gebied. Veel van deze Joden zouden later zich bekeren tot het christendom (Jezus van Nazareth kende bij zijn leven al aanhangers in Galilea en Judea) en later, na de Arabische veroveringen, tot de Islam. Er zijn Arabische families in Israël/Palestina die nog steeds weet hebben van hun Joodse wortels. Ook de Samaritanen[4], nu een kleine minderheid, hebben hun wortels in dit land.

Zionisme

Voor de goede orde is het belangrijk iets te weten van de voorgeschiedenis van het moderne Israël. In de negentiende eeuw werd de basis gelegd voor het huidige Zionisme door de Oostenrijkse journalist Theodor Herzl. Dit was naar aanleiding van de beruchte Dryfusaffaire.  Het Zionisme kreeg binnen joodse kringen aanhang maar ook steun vanuit christelijke hoek. In zijn boek Der Judenstaat schrijft Herzl dat de Joden een eigen staat moeten hebben om eindelijk een af te zijn van het telkens oplaaiende antisemitisme in Europa. Er werden verschillende plekken voorgesteld: Argentinië, Oeganda en Suriname, maar uiteindelijk koos men toch voor het historische beloofde land: Palestina.

Er was natuurlijk wel een probleem. Palestina was onderdeel van het Ottomaanse rijk en dun bevolkt, maar zeker niet onbewoond. Sedert de opkomst van het toerisme in de negentiende eeuw en de aanleg van een spoorlijn van Jaffa naar Jeruzalem trok de economie in het gebied aan, wat weer leidde tot immigratie vanuit omliggende gebieden. Tegelijk begonnen ook groepen Joodse kolonisten, geïnspireerd door Herzls ideaal, zich in het gebied te vestigen. Hoewel Joden en Arabieren al eeuwenlang in de regel goed met elkaar omgingen zorgde de toestroom van Joden uit Europa voor groeiende spanningen tussen de verschillende bevolkingsgroepen.

De Eerste Wereldoorlog bleek dit proces te versnellen. Het toch al kwakkelende Ottomaanse Rijk (de zieke oude man van Europa) dat de zijde van de Centralen (Duitsland en Oostenrijk-Hongarije) had gekozen, verloor grote gebieden in het Midden-Oosten aan de Britten (Palestina, Transjordanië, Irak) en de Fransen (Libanon, Syrië). Frankrijk en Groot-Brittannië hadden deze gebieden in het Sykes-Picotverdrag al in 1916 langs de liniaal onderling verdeeld. Dit was een slag in het gezicht van de Arabische bondgenoten die in 1915 zelfstandigheid waren beloofd in ruil voor hun verzet tegen hun Ottomaanse overheersers.

De Balfour-verklaring, in 1917 opgesteld door de Britse minister van buitenlandse zaken Arthur James Balfour  was de volgende teleurstelling omdat daarin onomwonden steun werd uitgesproken voor een Joodse nationaal tehuis in Palestina. Hoewel in deze verklaring werd gesteld dat  “nothing shall be done which may prejudice the civil and religious rights of existing non-Jewish communities in Palestine” werd in het document niets gezegd over de politieke of nationale rechten van deze gemeenschappen en werden deze ook niet bij naam genoemd.

Na het einde van de Eerste Wereldoorlog werd Palestina door de Volkenbond als mandaatgebied toegewezen aan het Verenigd-Koninkrijk. Met de opkomst van het Nazisme en de Jodenvervolging in Duitsland weken veel Joden uit naar Brits-Palestina wat tot meer spanningen leidde maar ook tot wrijvingen tussen Joodse milities en de Britse overheid. Na de Tweede Wereldoorlog weken ook veel overlevenden van de Holocaust uit naar Palestina. Daar werden ze echter niet meteen met open armen ontvangen. (Pas na het proces tegen Eichmann in Jeruzalem in 1961 mochten deze holocaustoverlevenden op veel sympathie rekenen.) Op 29 november 1947 werd door de pas opgerichte Verenigde Naties Resolutie 181 aangenomen. Daarin werd gesteld dat het Britse mandaat zou worden opgeheven en het gebied worden verdeeld in een Joods en een Arabisch deel. Jeruzalem zou een aparte status krijgen onder VN-bestuur.

In mei 1948 werd de staat Israël uitgeroepen, welke binnen een half uur door VS-president Harry Truman werd erkent. De officiële erkenning van de VS kwam later. Andere landen volgden snel, ook de Sovjetunie. De Arabische buren zoals Egypte en Jordanië openden daarop de aanval. Israël sloeg de aanvallers met succes van zich af en wist daarbij meer grondgebied te veroveren dan in het VN-verdrag aan de Joodse staat was toegewezen. Jordanië bezette de Westelijke Jordaanoever en Egypte nam Gaza  in, waardoor er geen sprake meer was van een onafhankelijke Palestijnse staat. Ruim 500 Arabische dorpen werden in die tijd door de Israëliërs ingenomen en met de grond gelijk gemaakt en 750 duizend Arabieren sloegen op de vlucht.

Naar deze periode wordt door de Arabieren verwezen als De Ramp (Nakba). Volgens het Israëlische narratief werden deze mensen door naburige Arabische regimes opgeroepen te vertrekken. Dit blijkt volgens andere bronnen weer een mythe te zijn. In volgende oorlogen (1967, 1972) wist Israël de Westoever, Oost-Jeruzalem, Gaza, de Golanhoogten en de Sinaï te veroveren. De Sinaï werd als gevolg van de Camp David-akkoorden weer aan de rechtmatige eigenaar teruggegeven. In 2005 droeg Israël het bestuur van Gaza aan de Palestijnse Autoriteit over. Sinds 2007 is Hamas daar aan de macht.

Steun vanuit evangelische hoek

Op dit moment lijkt het bijna onmogelijk om iets van nuance aan te brengen waar het gaat om dit uitzichtloze en bloederige conflict tussen Israël en zijn buren in Gaza en Libanon. In het programma Bar Laat zei Raoul Heertje op 15 oktober dat IsraëI niet zal stoppen “omdat in de regering mensen zitten die in de Messias geloven en geloven dat God het allemaal aan hen gegeven heeft en die geloven dat joden betere mensen zijn dan mensen die toevallig niet joods zijn.” Die steun aan Israël is vanuit evangelische hoek bijna onvoorwaardelijk. Dit omdat het herstel van Israël als zelfstandige natie in het voorouderlijke land een randvoorwaarde is om de tweede of wederkomst van Jezus in te luiden. Ondanks de waarschuwing van Jezus dat alleen God de datum daarvan op zijn kalender rood omcirkeld heeft, is men toch driftig in de weer geweest om een jaartal aan te wijzen. Met een exacte datum was men vaak wat voorzichtiger.

1948 (stichting van de staat Israël), 1967 (inname van Oost-Jeruzalem met de oude stad) en andere cruciale jaren gingen allemaal voorbij. Ook bepaalde verwachtingen moesten worden bijgesteld. Velen dachten dat eenmaal door Israël veroverde gebieden nooit meer terug zouden worden gegeven. Maar Israël trok zich terug uit de Sinaï en Zuid-Libanon. (De strategisch belangrijke Golanhoogten werden wél geannexeerd, evenals Oost-Jeruzalem.) Het idee dat Israël deze gebieden niet meer op zou (mogen) geven is vooral ingegeven door de groot-Israëlgedachte. Deze houdt in dat Israël recht zou hebben op het gebied tussen de rivier de Eufraat en de Nijldelta, wat erop neerkomt dat Libanon, Jordanië en grote delen van Syrië en Egypte onder Israëlisch gezag zouden komen te staan. In zijn meeste extreme vorm betreft het een nóg groter gebied, namelijk: álle gebieden ten oosten van de Nijl[5] en ten zuiden van de Eufraat.

Verschillende ideeën over een Groot-Israël

Binnen Israël zijn er vermoed ik weinigen die enthousiast zijn over dit idee. Het is vooral binnen bepaalde evangelische chiliastische[6] en apocalyptische groepen dat men daar warm voor loopt. Voor de oorsprong daarvan moet je zijn bij groepen als de Vergadering van Gelovigen en andere dispensationalisten. Het dispensationalisme stelt dat God de geschiedenis in verschillende tijdperken of dispensaties heeft opgedeeld; van de schepping tot aan het laatste oordeel. In Nederland spreekt men ook wel van de bedelingenleer. Zo heeft onder anderen orgelverkoper Johannes de Heer - van de bekende zangbundel - deze hier verspreid. Veel moderne evangelicalen hebben inmiddels de bedelingenleer in zijn oorspronkelijke vorm losgelaten. Maar het geloof in de onvermijdelijke rol en de noodzaak van de Joodse staat met betrekking tot de spoedige terugkeer Christus is gebleven. Wat men er vaak niet bij vertelt is dat dit voor de Joden ook geen zonnig vooruitzicht is omdat die wederkomst gepaard gaat met nogal wat bloedvergieten (de Slag bij Armageddon)[7] en een uiteindelijke bekering en redding van een relatief kleine groep Joden (het overgrote deel moet het lot van de ongelovige mensheid delen van een eeuwigheid in het vuur van de hel) wanneer zij in de teruggekeerde Christus hun messias moeten erkennen. Bovendien overheerst bij veel van deze groepen het idee dat deze wereld sowieso op zijn eindje loopt en plaats moet maken voor het Koninkrijk Gods, dus waarom zou je je nog inzetten voor een betere wereld? 

Uiteindelijk

Kon je de jonge Joodse staat nog een seculier project noemen, tegenwoordig lijkt dit toch veel minder het geval. Zeker als je kijkt naar de samenstelling Netanyahu’s regering en de kolonisten die, goedschiks of niet, zich vestigen in de Westelijke Jordaanoever en onlangs nog trachtten met geweld de Gazastrook binnen te dringen. Het gaat hier om religieus geïnspireerde groepen die heel Eretz Yisrael als exclusief Joods gebied willen innemen. Een gebied waarin anderen, lees: Palestijnen  en Arabieren (ook christelijke) niet meer welkom zijn of gereduceerd worden tot tweederangs burgers.  In zijn meest extreme vorm willen deze lieden en hun christen-zionistische supporters ook de Joodse Tempel in Jeruzalem weer in ere herstellen. Daarvoor zou de Islamitische Rotskoepelmoskee dus moeten verdwijnen. Het laat zich raden welke de gevolgen zouden zijn als het zover zou komen.

Wie nu de verwoesting ziet die heeft plaatsgevonden en nog plaatsvindt in Gaza en de grote aantallen dodelijke slachtoffers en gewonden krabt zich achter de oren of de Hamasaanval van 7 oktober 2023 een dergelijke buitensporig bloedvergieten en daarbij horende ellende rechtvaardigt. De angst van de Palestijnen en Israëliërs voor elkaar is volgens de Oudtestamenticus Walter Brueggemann omgezet in een militair apparaat dat de eliminatie van de ander beoogt. Er is sprake van tribalisme met verabsolutering van de eigen claims, met als gevolg legitimering van geweld tegen de ander. Onlangs was Amsterdam nog het toneel van een dergelijke stammenstrijd toen supporters van Maccabi Tel Aviv provocerend en racistische leuzen scanderend door de stad trokken waarna vervolgens de jacht op hén werd geopend. De gelijktrekking van Israëliërs en Joden buiten Israël zorgde voor onfrisse en beangstigende situaties voor de laatsten in de hoofdstad, zoals eerder moslims die toevallig de 'fans' voor de voeten liepen angstige momenten door moesten maken. (Lees ook: Leve de grote stad! MISBRUIK DE JOODSE SLACHTOFFERS NIET)

Christelijke supporters mogen wel wat kritischer zijn nu deze oorlog onversneden genocidale trekken vertoont. Het is duidelijk dat de Palestijnen niet geholpen zijn met de vaak onvoorwaardelijke steun aan Israël vanuit de VS of Europa. Het is de vraag of Israël zelf daar wel mee geholpen is. De bijbel als draaiboek of blauwdruk benutten om wat er nu gebeurt te rechtvaardigen is ahistorisch en dom op zijn best. Op zijn slechtst is het misdadig en immoreel. De oproepen in bijbelboeken als Deuteronomium en Jozua[8] om de oorspronkelijke, niet-Israëlitische bewoners van het land uit te roeien laten immers weinig aan de verbeelding over. Dergelijke oproepen tot goddelijk gesanctioneerd geweld hebben maar al te vaak tot een spiraal van bloedvergieten geleid. Een spiraal die moeilijk te doorbreken is en generaties lang aan beide kanten voor trauma en verbittering (zal) zorgen. De claim op de bijbel is bovendien eenzijdig en simplistisch omdat men vergeet dat de bijbel een collectie van geschriften is waarin verschillende stemmen soms (soms vaak) tegenstrijdige geluiden laten horen. Zo zijn er, om maar wat te noemen, naast het etnisch-nationalistische boek Ezra[9] ook tradities aan te wijzen die beduidend gastvrijer en ruimhartiger zijn, zoals teksten die spreken van het verwelkomen van de vreemdeling.

Nu Trump, mede dank zij de steun van evangelicalen weer zijn intrek mag nemen in het Witte Huis zal Netanyahu’s Israël - dat vooral het uitsluitingsprincipe van boeken als Ezra lijkt te hanteren - zich verzekerd weten van nog meer steun om zijn goddelijke gang te gaan in Gaza, de Westelijke Jordaanoever en Libanon. Met alle gevolgen van dien. 

Brueggemann, W. (2017). Uitverkoren volk? Bijbellezen met het oog op het Israëlisch-Palestijns conflict. Utrecht: Uitgeverij Boekencentrum.

Ehrman, B. (2023). Armageddon. What the Bible Really says about the End. New York: Simon & Schuster Paperbacks.

Finkelstein, Israel, & Neil Asher Silberman. (2006) De bijbel als mythe. Opgravingen vertellen een ander verhaal. Den Haag: Uitgeverij Synthese.

Khalidi, Rashid I. (2020). The Hunderd Years' War on Palestine. A History of Settler Colonial Conquest and Resistance, 1917 - 2017. New York: Metropolitan Books.


[1] Walter Brueggemann zegt in zijn boek Uitverkoren volk? dat het idee dat het oude Israël en de moderne staat Israël samen zouden vallen een denkfout is.

[2] De bekende politicus en archeoloog Yigael Yadin (1917 – 1977) deed bijvoorbeeld opgravingen bij Masada, Hazor en Megiddo.)

[3] Als je de traditionele datering (1250 v.C.) van de intocht van Israëlieten aanhoudt zou dat betekenen dat zij, na aan de Egyptenaren te zijn ontkomen, alsnog in handen van de Egyptische garnizoenen in Kanaän zouden vallen.

[4] De Samaritaanse claim af te stammen van de Israëlitische stammen Efraïm en Manasse lijkt terecht. Veel inwoners van het noordelijke koninkrijk Israël werden na de verovering in 722 v.C. door Assyrië naar elders gedeporteerd, terwijl anderen hun heil in het zuidelijke koninkrijk Juda zochten. Een groot deel bleef echter achter in het gebied. In bijbelboeken als Ezra en Nehemia, die vooral het gezichtspunt van Juda en Jeruzalem en de uit de Babylonische ballingschap teruggekeerde Joden vertolken, worden de Samaritanen met een zeker dedain neergezet als een bastaardvolk van Israëlieten en immigranten. De Samaritanen hadden een eigen tempel op de berg Gerizim die in 110 v.C. door de Judese koning Johannes Hyrcanus werd verwoest. Nog steeds is deze berg dé heilige plaats voor de Samaritanen.

[5] Het idee dat de Nijl de westelijke grens zou zijn van het Beloofde Land berust op onder andere een tekst in Genesis 15 waar God tegen Abraham zegt: “Aan uw nageslacht heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af tot aan de grote rivier, de rivier de Eufraat” Met de rivier van Egypte wordt niet de Nijl bedoeld maar waarschijnlijk de Wadi El-Arish, een periodieke stroom in de Sinaï, ten westen van de huidige grens van Israël met Egypte.

[6] Het chiliasme is een stroming binnen het evangelisch christendom waarin men gelooft dat er voor of na de wederkomst van Christus een duizendjarig vrederijk op aarde zal komen. In Nederland was het met name orgelverkoper Johannes de Heer (van de gelijknamige zangbundel) geweest die dergelijke ideeën verspreidde.

[7] Dit staat in het boek Openbaring, een apocalyptisch geschrift met een glansrol voor een toornige Christus die weinig gemeen heeft met de andere wang toekerende Jezus van de evangeliën.

[8] In Deuteronomium 7 staat bijvoorbeeld: “Wanneer JHWH, uw God, u de overwinning op hen (de volken in Kanaän) schenkt, moet u hen doden. U mag geen vredesverdrag met hen sluiten en hen niet sparen.” In Jozua 7 staat dat bij de verovering van Jericho de Israëlieten alles doodden “wat erin was, zowel mannen als vrouwen, zowel kinderen als belaarden, zowel runderen en schapen als ezels.”

[9] De boeken Ezra en Nehemia vertellen van een groep Joodse ballingen die weer naar Jeruzalem terugkeren en de tempel herbouwen. Op een gegeven moment worden de niet-joodse (uitheemse) echtgenotes en hun kinderen weggestuurd.

dinsdag 8 oktober 2024

Reis door het zonnestelsel

Wie mij kent weet dat ik iets heb met de kosmos. Ik weet niet precies wanneer het begon, maar ik moet nog erg jong zijn geweest. Mijn belangstelling voor alles wat met het heelal te maken heeft moet gewekt zijn toen ik een boek kreeg van mijn opa met de titel Het oneindige heelal, een boek uit de reeks Wereld der wetenschap. Met plezier keek ik ook naar de Teleac-cursus Moderne sterrenkunde en natuurlijk Cosmos van Carl Sagan.

Dit weekend werd ik erop geattendeerd dat de BBC weer een nieuwe serie gemaakt over het zonnestelsel: Solar System. Net als met de eerdere series Wonders of the Solar System, Wonders of the Universe en The Planets is de BBC er opnieuw in geslaagd er een waar kunststukje van te maken met prachtige computer gegenereerde én echte beelden van exotische werelden als Mars, Venus, Io en Enceladus. En ook dit keer is het natuurkundige professor Brian Cox die het geheel met zijn zoetgevooisde stem aan elkaar praat en uitleg geeft.

In de eerste aflevering staat vulkanisme centraal. Wat veel mensen niet weten is dat vulkanisme niet alleen op Aarde voorkomt. Venus kent meer vulkanen dan welke planeet dan ook in ons zonnestelsel en sommige zijn waarschijnlijk actief, zoals de 8 kilometer hoge Maat Mons. Voor de grootste vulkaan in het zonnestel moet je echter op Mars zijn. Vergeleken met Olympus Mons met zijn hoogte van 25 kilometer en doorsnede van meer 600 kilometer zijn aardse vulkanen slechts molshopen. Actief is Olympus Mons echter allang niet meer. Verderop in het zonnestelsel is het vooral de Jupitermaan Io met haar pizza-achtige voorkomen die voor vuurwerk zorgt met vulkanen die as- en rookpluimen van 75 kilometer hoog veroorzaken.

Omdat Io een kleine wereld is - ongeveer even groot als onze maan - zou alle interne warmte vervlogen moeten zijn. Het is die warmte - zoals op aarde - die vulkanisme aan de gang houdt. Geduldig legt Brian Cox uit hoe het kan dat Io toch zo actief is. Dat heeft alles met de nabijheid van de gasreus Jupiter te maken met zijn enorme zwaartekrachtveld en dat van zustermaan Europa. De gecombineerde zwaartekracht van beide andere hemellichamen trekt voortdurend aan Io.

Net zoals de maan op aarde de getijden veroorzaakt, veroorzaakt Jupiter deze ook op Io. Het is echter geen water dat aangetrokken wordt, maar rots. Het constante krimpen en uitzetten van de getergde maan zorgt voor verhitting van het gesteente. Het is hetzelfde effect dat ontstaat als je een stressbal achterelkaar ineenknijpt en weer loslaat. Ook op de ijzige manen van Saturnus en Neptunus blijkt vulkanisme voor te komen. Dit is echter niet het bekende vulkanisme met lavastromen, maar met water. Het zonnestelsel blijkt dus een uitgebreide familie van exotische werelden te zijn. Dankzij missies als Voyager, Galileo, Cassini, Juno en vele andere hebben we deze hemellichamen kunnen bestuderen en zijn we er veel over te weten gekomen. Met elke ontdekking komen ook nieuwe mysteries aan het licht die om een antwoord vragen. Dat is het mooie van wetenschap. Het is nooit af.

Solar System is op maandagavond om 22:00 uur te zien op BBC Two en wordt op zaterdag om 20:20 uur herhaald.

Nein sagen

  Ik mag graag een boekwinkel bezoeken wanneer ik op vakantie ben. Duitsland is een land waar er veel te vinden zijn, zoals die van de grote...