vrijdag 15 november 2024

Sterke mannen?


Boven dit blogje heb ik een plaatje geplaatst van Julius Caear, de bekende Romeinse veldheer, in de versie van de makers van de stripreeks Asterix. Daarin wordt Caesar neergezet als een ijdele en zelfingenomen heerser die voortdurend door de Gallische krijger Asterix en zijn trouwe metgezel Obelix voor schut wordt gezet. In het album De Romeinse Lusthof zit deze vermakelijke scene. Om eens en voor altijd van de vermaledijde Galliërs af te zijn heeft Caesar een plan bedacht. Hij wil een nieuwe stad, vol met de zegeningen van de Romeinse beschaving, pal naast het dorp bouwen.

De verlokkingen van de Romeinse cultuur moeten de opstandige dorpelingen temmen zodat ze niet meer aan vechten denken. Uiteindelijk zullen de Galliërs dan vanzelf opgaan in het Romeinse Rijk. Voor Caesar ligt een grote maquette van het complex. Terwijl Caesar zijn plannen toelicht heeft hij het telkens over ‘hij.’ Een aanwezige vraagt zijn buurman over wie Caesar het heeft. ‘Over zichzelf,’ zegt de ander. Hij spreekt altijd over zichzelf in de derde persoon enkelvoud.’ Daarop zegt de eerste tegen Caesar: ‘Hij is geweldig!’ ‘Wie?’ vraagt Caesar. ‘Nou… u!’ ‘Ah!... hij!’ is het antwoord.


De makers van Asterix kennen hun klassiekers. In zijn boek Oorlog in Gallië vertelt Caesar van zijn veldtochten (en slachtpartijen) in het gebied dat we nu als Fankrijk en België kennen. En hij doet dit in de derde persoon enkelvoud, alsof iemand anders aan het woord is. Natuurlijk vervult Caesar in zijn eigen verslag de rol van briljant strateeg en onkreukbaar leider. Het spreekt vanzelf dat zijn tegenstanders als chaotische en onbetrouwbare barbaren worden neergezet. In vele opzichten is Oorlog in Gallië een fout boek vol propaganda, schaamteloze zelfverheerlijking en met een gekleurde versie van de gebeurtenissen in Gallië.

De vergelijking met hedendaagse politici, zoals Donald Trump, dringt zich hier op. Natuurlijk gaat de vergelijking nooit helemaal op. Er gaapt een kloof van meer dan 2000 jaar tussen beide heren. Caesar was waarschijnlijk een betere schrijver en slimmer. Wat ze beiden wel gemeen hebben is dat ze met hun retoriek velen aan zich wisten te binden. Ook een losse seksuele moraal hebben beiden gemeen. We kunnen ons nog wel Trumps beruchte ‘...grab them by the pussy’ herinneren en zijn vele escapades. Caesar was ook niet kieskeurig waar het zijn seksuele partners betrof en deelde zijn bed met mannen en vrouwen. Wanneer Caesar ergens in aantocht was werd gewaarschuwd: ‘Moeders, sluit je dochters op. Kaalkop komt eraan.’ De ijdele Caesar leed inderdaad aan kaalheid en probeerde deze, net als Trump, met een bedekkende haarlok te verdoezelen.

We lijken in een tijd te leven dat de sterke man met een comeback bezig is. Een goede vraag is natuurlijk: hoe komt dit? Zes jaar geleden sprak ik in mijn overdenking in een dienst in Krommenie daar ook al mijn verbazing over uit. Met name de zorgvuldig opgebouwde acceptatie van de homoseksuele medemens en de gelijke behandeling van vrouwen en minderheden staan ineens ter discussie of worden met de voeten getreden. Terwijl met name de jaren ervoor juist een toename lieten zien van gelijke rechten voor mannen en vrouwen – hoewel nooit helemaal gerealiseerd – en andere gemarginaliseerde groepen. In veel sectoren als het basisonderwijs en de zorg is er nu zelfs sprake van feminisering en vormen vrouwen de grootste groep onder personeel en management.

Zo schrijft Herman Meijer: 'De MeToo-beweging heeft veel walgelijk mannengedrag aan het licht gebracht, onveilige situaties in de amusementswereld en op werkvloeren elders aan de kaak gesteld en daders voor de rechter gebracht. Die doorgaande strijd is veelal in het voordeel van de vrouwenkant. Maar ook de tegenreactie manifesteert zich, in de vorm van boze mannen. Wereldwijd. In Afghanistan heten ze Taliban. In Nederland onder meer Forum voor Democratie. En op sociale media werven Andrew Tate en consorten opgroeiende jongetjes voor een antifeministische agenda.'

Tate loopt zonder gêne te koop met zijn toxische mannelijkheid, rookt grote sigaren, rijdt in dure auto’s en heeft het over vrouwen als bitches die als slaaf en sloof van de man hun mond maar moeten houden. Onlangs werd in Australië nog de alarmklok geluid over zijn toenemende invloed op met name – maar niet uitsluitend – de mannelijk schooljeugd. Tegen vrouwelijke docenten werd gezegd dat hun borsten er puik bij stonden. Tegen meisjes werd gezegd dat ze niet hoefden te studeren en dat ze beter geld met hun lichaam konden gaan verdienen. Tate is inmiddels opgepakt voor mensenhandel maar dat lijkt zijn schare fans niet te deren. Sterker nog: het roept alleen maar meer bewondering op.

Om het verschijnsel Tate enigszins te duiden is moeilijk. Hebben jongetjes te weinig mannelijke rolmodellen? Kijken we naar figuren als Poetin dan zien we ook zo’n beeld van de überman die met ontbloot bovenlijf paardrijd. Of wat te denken van een Kim Jong Un die over zijn land heerst als ware het zijn privébezit en met raketten speelt alsof het speelgoed is.  Of wat te denken van die malloot in Argentinië die met wat pennenstreken denkt het hele land uit het slop te trekken?

Trump omringt zich graag met krachtpatsers en succesvolle ondernemers. Nu hij zijn kabinet bijeen harkt hoeven de kandidaten slechts aan één vereiste te voldoen: loyaliteit. Zoals we eerder zagen zal Trump ook nooit zijn verlies erkennen. Ook het feit dat hij een veroordeelde crimineel is deert zijn bewonderaars niet. Integendeel. Het strekt zelfs tot aanbeveling. Het paradoxale van de steun vanuit christelijke hoek, van de blinde bewieroking van Trump, is dat met name het dienende aspect van Jezus vergeten, genegeerd of zelfs weersproken wordt. Het is feitelijk radicaal nationalisme met een christelijk sausje eroverheen. 

De Jezus van de Bergrede met het ‘zalig zijn de vredestichters’ en het toekeren van de andere wang wordt als een slappe hap gezien. Liever ziet men een tot de tanden gewapende Jezus, een krachtpatser die het kruis waaraan hij hangt tot splinters hakt. Daarom is het boek Openbaring in deze kringen zo populair. Daarin geeft een buitengewoon toornige Christus immers al zijn tegenstanders er ongenadig van langs. Het is nog maar zeer de vraag of in deze penibele tijden een dergelijk boek als leidraad en inspiratiebron moet worden gezien of als legitimatie van geweld.

De menselijke neiging om krachtpatserij en geweld te bewonderen moet voortdurend bevraagd en uitgedaagd worden. Er zullen altijd tirannen en onderdrukkers zijn die met mooie woorden en beloftes massa’s mensen weten te betoveren. Of het nu figuren zijn als Andrew Tate of Trump. Waar het naartoe gaat is moeilijk te zeggen. Maar als de geschiedenis iets duidelijk heeft gemaakt is dat mensen over het algemeen veel van deze lui kunnen verdragen maar dat op een gegeven moment de rek er wel uit is. En ook zij hebben niet het eeuwige leven. Zoals in het boek Job staat: 'Een despoot zijn weinig jaren toegemeten.' Veel tirannen moeten dan ook constant achterom kijken en vrezen voor hun leven. Helaas kunnen de gevolgen van hun strapatsen wel generaties lang doorijlen, zoals het geval was na de vorige ambtstermijn van Trump en wederom het geval lijkt nu Trump het Witte Huis weer betrekken mag.

In de jaren 90 en daarna was er veel optimisme met betrekking tot de weg die de mensheid was ingeslagen. Ook onlangs werd door Rutger Bregman in zijn gelijknamige bestseller nog gesteld dat de meeste mensen deugen. Ook denkers als Steven Pinker en Maarten Boudry verspreiden eenzelfde optimisme. Alles is beter dan vroeger. We zijn welvarender en gelukkiger dan ooit en het wordt alleen maar beter. In zekere zin is het de paradox van deze tijd dat het gemiddeld beter gaat met ons dan pak weg 40 jaar geleden.

Dat wil dus niet zeggen dat het iedereen goed gaat. Dit laatste is vaak het gat waarin populisten zich nestelen en uitbuiten om aan de macht te komen. Dat daarbij de waarheid geweld wordt aangedaan, onvrede wordt gezaaid, haat aangewakkerd en dingen een crisis worden genoemd terwijl daar geen sprake van is doet er niet zo toe.

Moeilijke tijden zijn niet gediend met simpele oplossingen en het vraagt moed, oefening, wijsheid, volharding en geduld om met werkelijke oplossingen te komen. In het licht van de aantoonbare vooruitgang stemt het mij hoopvol dat dit kan en moet. Niet dat het een gelopen race is. Er blijft altijd werk aan de winkel en waakzaamheid blijft geboden. Nu meer dan ooit.

vrijdag 8 november 2024

Beloofd land

Het heeft me enige tijd en hoofdbrekens gekost eer ik mijn gedachten over het aanhoudende geweld in het Midden-Oosten op schrift kon stellen. Gewoon omdat het allemaal razend ingewikkeld is en de emoties en verdeeldheid rond dit uitzichtloze en gruwelijke conflict hoog oplopen sinds de verschrikkelijke aanval op Israëlische burgers op 7 oktober 2023 en de daaropvolgende nietsontziende wraakacties op Gaza. Ik begrijp – tot op zekere hoogte, want ik ben geen ervaringsdeskundige – de emoties van beide kanten. De beelden van verdriet en vernietiging maken mij boos en moedeloos. Zoals het intense verdriet van de jonge vader die in een gruwelijk moment zijn pasgeboren tweeling en zijn vrouw verliest.

Op Facebook las ik met betrekking tot de Pro-Palestina demonstraties op 7 oktober de volgende reactie: “Iedereen mag daar anders over denken, maar ik zou zeggen: laten we de kant van de slachtoffers kiezen. Als je dat wel doet (de kant van de slachtoffers kiezen in Israël én Gaza én elders), wordt ogenblikkelijk duidelijk hoe de verhoudingen zijn. Ik wens Hamas en Hezbollah een roemloos einde en Netanyahu een spoedige exit.” De golf van antisemitisme en anti-Joods sentiment die met de kritiek op Israël mee surft vind ik net zo verwerpelijk als anti-Arabisch of anti-Islamitisch sentiment waar onlangs Geert Wilders, na de rellen rond Israëlische voetbalhooligans in Amsterdam, een politiek slaatje uit probeerde te slaan. Maar vooruit: hier dan toch een poging.

Romantisch

Ik ben opgegroeid met een vrij naïef en romantisch beeld van Israël. Dit werd ingeven door de lessen bijbelse geschiedenis op de lagere school. De verhalen van David en Goliath, Jona in de walvis en Daniël in de leeuwenkuil gingen erin als koek en werden zonder meer als ‘waar gebeurd’ verteld, inclusief de wonderbaarlijke en legendarische aspecten als bezoekjes van engelen en pratende ezels. Lang is in de geschiedschrijving het bijbelse narratief als historisch accuraat overgenomen, onderwezen en verteld. Hoewel er soms wat geschoven werd met jaartallen – bijvoorbeeld met betrekking tot het jaar van de uittocht uit Egypte – werd, en vaak nog wordt gedacht dat de dingen zich zo hadden afgespeeld zoals deze in de bijbel staan opgeschreven.

Als kind dacht ik dat de Joden sinds bijbelse tijden ononderbroken een eigen staat hadden. Later kwam ik erachter dat dit toch anders zat.[1] Ook het beeld dat ik van het moderne Israël had was nogal rooskleurig. Hadden de Israëliërs zich niet staande weten te houden tegen een enorme overmacht van Arabieren? Hadden ze de woestijn niet tot bloei laten komen? Natuurlijk hadden ze recht op dat land. Want dat staat in de bijbel, toch? Die Palestijnen waren lastig want dat waren maar terroristen, toch? De naam alleen al, afgeleid van de Filistijnen, de aartsvijanden van de oude Israëlieten, deed vermoeden dat zij sowieso niet deugden.

In de evangelische gemeente in Noordwijk waar ik een tijdje lid van was werden regelmatig thema-avonden rond Israël georganiseerd met sprekers van bijvoorbeeld Christenen voor Israël. Bij de voormalige villa waar de gemeente haar diensten hield en nog houdt – wapperde de vlag van Israël als steunbetuiging aan de Joodse staat en teken van Gods belofte van een nationaal herstel van Israël. Goede avondmaalwijn werd geacht regelrecht van de wijngaarden op de hellingen van de Karmel te komen. Op filmavonden werden films vertoond zoals His Land (1970) waarin een breed glimlachende Cliff Richard in een kibboets, tussen al even stralende Israëlische boeren, de titelsong zong. Ook de lokale christelijke boekhandel deed aan Israëlpromotie door zeepjes, badzout, wijn en andere producten uit Israël te verkopen.

Dit hele sentiment laat zich goed samenvatten met de volgende anekdote die ik mij uit die tijd herinner: “Palestijnen hebben al een thuisland: Jordanië. Israël heeft naar Gods belofte recht op het land tussen de Jordaan en de Middellandse Zee. Laat ze alle Arabieren maar naar Jordanië verhuizen.” Deze woorden, of woorden van gelijke strekking, hoorde ik ooit de besnorde en vriendelijke tandarts in ruste in eerdergenoemde christelijke boekhandel vertellen. Als ik het fotoalbum van mijn vakantie in Israël in 1990 doorspit en de begeleidende tekstjes lees vind ik daarin veel van dezelfde naïviteit terug.

Bijbelse claims

De grootste fans van Israël vind je in de evangelisch-christelijke hoek. Met een beroep op de bijbel wordt het exclusieve recht op de bewoning en het bezit van het land toegekend aan het Joodse volk. God heeft het immers aan hen beloofd. Lang is de archeologie in Israël ook een instrument geweest om deze claim van legitimiteit en historische onderbouwing te voorzien.[2] Niemand zal de oorsprong van de Joden in het gebied ontkennen. Maar in het licht van recent historisch en archeologisch onderzoek zijn daar wel wat nuances en kanttekeningen bij te plaatsen. Kanttekeningen die de bijbelverhalen in een ander licht plaatsen.

Het boek Jozua, dat de geschiedenis van de verovering van Kanaän verteld, blijkt historische fictie. Zo is er, om maar wat te noemen, geen enkel bewijs dat Jericho in die tijd dat het boek zich afspeelt met geweld werd ingenomen. Sterker: de stad was in die tijd onbewoond. Ook de uittocht uit Egypte blijkt niet te hebben plaatsgevonden. Het is een mythische constructie uit later tijd. Misschien zijn er wel kleine groepen geweest die vluchtten uit Egypte, maar de Egyptische annalen spreken nergens van een massale uittocht van honderdduizenden mensen na een reeks van rampen (de tien plagen). Wel spreekt de stele van Merenptah van Israëlieten in Kanaän, wat toen onder Egyptisch bestuur stond.[3] Het blijkt eerder zo te zijn dat de Israëlieten als afzonderlijke etnische en religieuze groep in Kanaän onstaan zijn en dus qua taal, cultuur en afkomst veel met de Kanaänieten gemeen hebben. Dat wordt ook nog een onderstreept door genetisch onderzoek.

Mahmoud Abbas, president van de Palestijnse gebieden, zei ooit in een redevoering dat de Palestijnen de afstammelingen zijn van de oorspronkelijke bewoners: de Kanaänieten. Ook hij wordt door genetisch onderzoek daarin deels in het gelijk gesteld. Maar als kruispunt van drie werelddelen zijn er verschillende volken door het land heengetrokken die allemaal hun sporen hebben achtergelaten. Toen in 72 Jeruzalem door de Romeinen werd veroverd betekende dit ook niet meteen het einde van de Joodse aanwezigheid in het gebied. Veel van deze Joden zouden later zich bekeren tot het christendom (Jezus van Nazareth kende bij zijn leven al aanhangers in Galilea en Judea) en later, na de Arabische veroveringen, tot de Islam. Er zijn Arabische families in Israël/Palestina die nog steeds weet hebben van hun Joodse wortels. Ook de Samaritanen[4], nu een kleine minderheid, hebben hun wortels in dit land.

Zionisme

Voor de goede orde is het belangrijk iets te weten van de voorgeschiedenis van het moderne Israël. In de negentiende eeuw werd de basis gelegd voor het huidige Zionisme door de Oostenrijkse journalist Theodor Herzl. Dit was naar aanleiding van de beruchte Dryfusaffaire.  Het Zionisme kreeg binnen joodse kringen aanhang maar ook steun vanuit christelijke hoek. In zijn boek Der Judenstaat schrijft Herzl dat de Joden een eigen staat moeten hebben om eindelijk een af te zijn van het telkens oplaaiende antisemitisme in Europa. Er werden verschillende plekken voorgesteld: Argentinië, Oeganda en Suriname, maar uiteindelijk koos men toch voor het historische beloofde land: Palestina.

Er was natuurlijk wel een probleem. Palestina was onderdeel van het Ottomaanse rijk en dun bevolkt, maar zeker niet onbewoond. Sedert de opkomst van het toerisme in de negentiende eeuw en de aanleg van een spoorlijn van Jaffa naar Jeruzalem trok de economie in het gebied aan, wat weer leidde tot immigratie vanuit omliggende gebieden. Tegelijk begonnen ook groepen Joodse kolonisten, geïnspireerd door Herzls ideaal, zich in het gebied te vestigen. Hoewel Joden en Arabieren al eeuwenlang in de regel goed met elkaar omgingen zorgde de toestroom van Joden uit Europa voor groeiende spanningen tussen de verschillende bevolkingsgroepen.

De Eerste Wereldoorlog bleek dit proces te versnellen. Het toch al kwakkelende Ottomaanse Rijk (de zieke oude man van Europa) dat de zijde van de Centralen (Duitsland en Oostenrijk-Hongarije) had gekozen, verloor grote gebieden in het Midden-Oosten aan de Britten (Palestina, Transjordanië, Irak) en de Fransen (Libanon, Syrië). Frankrijk en Groot-Brittannië hadden deze gebieden in het Sykes-Picotverdrag al in 1916 langs de liniaal onderling verdeeld. Dit was een slag in het gezicht van de Arabische bondgenoten die in 1915 zelfstandigheid waren beloofd in ruil voor hun verzet tegen hun Ottomaanse overheersers.

De Balfour-verklaring, in 1917 opgesteld door de Britse minister van buitenlandse zaken Arthur James Balfour  was de volgende teleurstelling omdat daarin onomwonden steun werd uitgesproken voor een Joodse nationaal tehuis in Palestina. Hoewel in deze verklaring werd gesteld dat  “nothing shall be done which may prejudice the civil and religious rights of existing non-Jewish communities in Palestine” werd in het document niets gezegd over de politieke of nationale rechten van deze gemeenschappen en werden deze ook niet bij naam genoemd.

Na het einde van de Eerste Wereldoorlog werd Palestina door de Volkenbond als mandaatgebied toegewezen aan het Verenigd-Koninkrijk. Met de opkomst van het Nazisme en de Jodenvervolging in Duitsland weken veel Joden uit naar Brits-Palestina wat tot meer spanningen leidde maar ook tot wrijvingen tussen Joodse milities en de Britse overheid. Na de Tweede Wereldoorlog weken ook veel overlevenden van de Holocaust uit naar Palestina. Daar werden ze echter niet meteen met open armen ontvangen. (Pas na het proces tegen Eichmann in Jeruzalem in 1961 mochten deze holocaustoverlevenden op veel sympathie rekenen.) Op 29 november 1947 werd door de pas opgerichte Verenigde Naties Resolutie 181 aangenomen. Daarin werd gesteld dat het Britse mandaat zou worden opgeheven en het gebied worden verdeeld in een Joods en een Arabisch deel. Jeruzalem zou een aparte status krijgen onder VN-bestuur.

In mei 1948 werd de staat Israël uitgeroepen, welke binnen een half uur door VS-president Harry Truman werd erkent. De officiële erkenning van de VS kwam later. Andere landen volgden snel, ook de Sovjetunie. De Arabische buren zoals Egypte en Jordanië openden daarop de aanval. Israël sloeg de aanvallers met succes van zich af en wist daarbij meer grondgebied te veroveren dan in het VN-verdrag aan de Joodse staat was toegewezen. Jordanië bezette de Westelijke Jordaanoever en Egypte nam Gaza  in, waardoor er geen sprake meer was van een onafhankelijke Palestijnse staat. Ruim 500 Arabische dorpen werden in die tijd door de Israëliërs ingenomen en met de grond gelijk gemaakt en 750 duizend Arabieren sloegen op de vlucht.

Naar deze periode wordt door de Arabieren verwezen als De Ramp (Nakba). Volgens het Israëlische narratief werden deze mensen door naburige Arabische regimes opgeroepen te vertrekken. Dit blijkt volgens andere bronnen weer een mythe te zijn. In volgende oorlogen (1967, 1972) wist Israël de Westoever, Oost-Jeruzalem, Gaza, de Golanhoogten en de Sinaï te veroveren. De Sinaï werd als gevolg van de Camp David-akkoorden weer aan de rechtmatige eigenaar teruggegeven. In 2005 droeg Israël het bestuur van Gaza aan de Palestijnse Autoriteit over. Sinds 2007 is Hamas daar aan de macht.

Steun vanuit evangelische hoek

Op dit moment lijkt het bijna onmogelijk om iets van nuance aan te brengen waar het gaat om dit uitzichtloze en bloederige conflict tussen Israël en zijn buren in Gaza en Libanon. In het programma Bar Laat zei Raoul Heertje op 15 oktober dat IsraëI niet zal stoppen “omdat in de regering mensen zitten die in de Messias geloven en geloven dat God het allemaal aan hen gegeven heeft en die geloven dat joden betere mensen zijn dan mensen die toevallig niet joods zijn.” Die steun aan Israël is vanuit evangelische hoek bijna onvoorwaardelijk. Dit omdat het herstel van Israël als zelfstandige natie in het voorouderlijke land een randvoorwaarde is om de tweede of wederkomst van Jezus in te luiden. Ondanks de waarschuwing van Jezus dat alleen God de datum daarvan op zijn kalender rood omcirkeld heeft, is men toch driftig in de weer geweest om een jaartal aan te wijzen. Met een exacte datum was men vaak wat voorzichtiger.

1948 (stichting van de staat Israël), 1967 (inname van Oost-Jeruzalem met de oude stad) en andere cruciale jaren gingen allemaal voorbij. Ook bepaalde verwachtingen moesten worden bijgesteld. Velen dachten dat eenmaal door Israël veroverde gebieden nooit meer terug zouden worden gegeven. Maar Israël trok zich terug uit de Sinaï en Zuid-Libanon. (De strategisch belangrijke Golanhoogten werden wél geannexeerd, evenals Oost-Jeruzalem.) Het idee dat Israël deze gebieden niet meer op zou (mogen) geven is vooral ingegeven door de groot-Israëlgedachte. Deze houdt in dat Israël recht zou hebben op het gebied tussen de rivier de Eufraat en de Nijldelta, wat erop neerkomt dat Libanon, Jordanië en grote delen van Syrië en Egypte onder Israëlisch gezag zouden komen te staan. In zijn meeste extreme vorm betreft het een nóg groter gebied, namelijk: álle gebieden ten oosten van de Nijl[5] en ten zuiden van de Eufraat.

Verschillende ideeën over een Groot-Israël

Binnen Israël zijn er vermoed ik weinigen die enthousiast zijn over dit idee. Het is vooral binnen bepaalde evangelische chiliastische[6] en apocalyptische groepen dat men daar warm voor loopt. Voor de oorsprong daarvan moet je zijn bij groepen als de Vergadering van Gelovigen en andere dispensationalisten. Het dispensationalisme stelt dat God de geschiedenis in verschillende tijdperken of dispensaties heeft opgedeeld; van de schepping tot aan het laatste oordeel. In Nederland spreekt men ook wel van de bedelingenleer. Zo heeft onder anderen orgelverkoper Johannes de Heer - van de bekende zangbundel - deze hier verspreid. Veel moderne evangelicalen hebben inmiddels de bedelingenleer in zijn oorspronkelijke vorm losgelaten. Maar het geloof in de onvermijdelijke rol en de noodzaak van de Joodse staat met betrekking tot de spoedige terugkeer Christus is gebleven. Wat men er vaak niet bij vertelt is dat dit voor de Joden ook geen zonnig vooruitzicht is omdat die wederkomst gepaard gaat met nogal wat bloedvergieten (de Slag bij Armageddon)[7] en een uiteindelijke bekering en redding van een relatief kleine groep Joden (het overgrote deel moet het lot van de ongelovige mensheid delen van een eeuwigheid in het vuur van de hel) wanneer zij in de teruggekeerde Christus hun messias moeten erkennen. Bovendien overheerst bij veel van deze groepen het idee dat deze wereld sowieso op zijn eindje loopt en plaats moet maken voor het Koninkrijk Gods, dus waarom zou je je nog inzetten voor een betere wereld? 

Uiteindelijk

Kon je de jonge Joodse staat nog een seculier project noemen, tegenwoordig lijkt dit toch veel minder het geval. Zeker als je kijkt naar de samenstelling Netanyahu’s regering en de kolonisten die, goedschiks of niet, zich vestigen in de Westelijke Jordaanoever en onlangs nog trachtten met geweld de Gazastrook binnen te dringen. Het gaat hier om religieus geïnspireerde groepen die heel Eretz Yisrael als exclusief Joods gebied willen innemen. Een gebied waarin anderen, lees: Palestijnen  en Arabieren (ook christelijke) niet meer welkom zijn of gereduceerd worden tot tweederangs burgers.  In zijn meest extreme vorm willen deze lieden en hun christen-zionistische supporters ook de Joodse Tempel in Jeruzalem weer in ere herstellen. Daarvoor zou de Islamitische Rotskoepelmoskee dus moeten verdwijnen. Het laat zich raden welke de gevolgen zouden zijn als het zover zou komen.

Wie nu de verwoesting ziet die heeft plaatsgevonden en nog plaatsvindt in Gaza en de grote aantallen dodelijke slachtoffers en gewonden krabt zich achter de oren of de Hamasaanval van 7 oktober 2023 een dergelijke buitensporig bloedvergieten en daarbij horende ellende rechtvaardigt. De angst van de Palestijnen en Israëliërs voor elkaar is volgens de Oudtestamenticus Walter Brueggemann omgezet in een militair apparaat dat de eliminatie van de ander beoogt. Er is sprake van tribalisme met verabsolutering van de eigen claims, met als gevolg legitimering van geweld tegen de ander. Onlangs was Amsterdam nog het toneel van een dergelijke stammenstrijd toen supporters van Maccabi Tel Aviv provocerend en racistische leuzen scanderend door de stad trokken waarna vervolgens de jacht op hén werd geopend. De gelijktrekking van Israëliërs en Joden buiten Israël zorgde voor onfrisse en beangstigende situaties voor de laatsten in de hoofdstad, zoals eerder moslims die toevallig de 'fans' voor de voeten liepen angstige momenten door moesten maken. (Lees ook: Leve de grote stad! MISBRUIK DE JOODSE SLACHTOFFERS NIET)

Christelijke supporters mogen wel wat kritischer zijn nu deze oorlog onversneden genocidale trekken vertoont. Het is duidelijk dat de Palestijnen niet geholpen zijn met de vaak onvoorwaardelijke steun aan Israël vanuit de VS of Europa. Het is de vraag of Israël zelf daar wel mee geholpen is. De bijbel als draaiboek of blauwdruk benutten om wat er nu gebeurt te rechtvaardigen is ahistorisch en dom op zijn best. Op zijn slechtst is het misdadig en immoreel. De oproepen in bijbelboeken als Deuteronomium en Jozua[8] om de oorspronkelijke, niet-Israëlitische bewoners van het land uit te roeien laten immers weinig aan de verbeelding over. Dergelijke oproepen tot goddelijk gesanctioneerd geweld hebben maar al te vaak tot een spiraal van bloedvergieten geleid. Een spiraal die moeilijk te doorbreken is en generaties lang aan beide kanten voor trauma en verbittering (zal) zorgen. De claim op de bijbel is bovendien eenzijdig en simplistisch omdat men vergeet dat de bijbel een collectie van geschriften is waarin verschillende stemmen soms (soms vaak) tegenstrijdige geluiden laten horen. Zo zijn er, om maar wat te noemen, naast het etnisch-nationalistische boek Ezra[9] ook tradities aan te wijzen die beduidend gastvrijer en ruimhartiger zijn, zoals teksten die spreken van het verwelkomen van de vreemdeling.

Nu Trump, mede dank zij de steun van evangelicalen weer zijn intrek mag nemen in het Witte Huis zal Netanyahu’s Israël - dat vooral het uitsluitingsprincipe van boeken als Ezra lijkt te hanteren - zich verzekerd weten van nog meer steun om zijn goddelijke gang te gaan in Gaza, de Westelijke Jordaanoever en Libanon. Met alle gevolgen van dien. 

Brueggemann, W. (2017). Uitverkoren volk? Bijbellezen met het oog op het Israëlisch-Palestijns conflict. Utrecht: Uitgeverij Boekencentrum.

Ehrman, B. (2023). Armageddon. What the Bible Really says about the End. New York: Simon & Schuster Paperbacks.

Finkelstein, Israel, & Neil Asher Silberman. (2006) De bijbel als mythe. Opgravingen vertellen een ander verhaal. Den Haag: Uitgeverij Synthese.

Khalidi, Rashid I. (2020). The Hunderd Years' War on Palestine. A History of Settler Colonial Conquest and Resistance, 1917 - 2017. New York: Metropolitan Books.


[1] Walter Brueggemann zegt in zijn boek Uitverkoren volk? dat het idee dat het oude Israël en de moderne staat Israël samen zouden vallen een denkfout is.

[2] De bekende politicus en archeoloog Yigael Yadin (1917 – 1977) deed bijvoorbeeld opgravingen bij Masada, Hazor en Megiddo.)

[3] Als je de traditionele datering (1250 v.C.) van de intocht van Israëlieten aanhoudt zou dat betekenen dat zij, na aan de Egyptenaren te zijn ontkomen, alsnog in handen van de Egyptische garnizoenen in Kanaän zouden vallen.

[4] De Samaritaanse claim af te stammen van de Israëlitische stammen Efraïm en Manasse lijkt terecht. Veel inwoners van het noordelijke koninkrijk Israël werden na de verovering in 722 v.C. door Assyrië naar elders gedeporteerd, terwijl anderen hun heil in het zuidelijke koninkrijk Juda zochten. Een groot deel bleef echter achter in het gebied. In bijbelboeken als Ezra en Nehemia, die vooral het gezichtspunt van Juda en Jeruzalem en de uit de Babylonische ballingschap teruggekeerde Joden vertolken, worden de Samaritanen met een zeker dedain neergezet als een bastaardvolk van Israëlieten en immigranten. De Samaritanen hadden een eigen tempel op de berg Gerizim die in 110 v.C. door de Judese koning Johannes Hyrcanus werd verwoest. Nog steeds is deze berg dé heilige plaats voor de Samaritanen.

[5] Het idee dat de Nijl de westelijke grens zou zijn van het Beloofde Land berust op onder andere een tekst in Genesis 15 waar God tegen Abraham zegt: “Aan uw nageslacht heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af tot aan de grote rivier, de rivier de Eufraat” Met de rivier van Egypte wordt niet de Nijl bedoeld maar waarschijnlijk de Wadi El-Arish, een periodieke stroom in de Sinaï, ten westen van de huidige grens van Israël met Egypte.

[6] Het chiliasme is een stroming binnen het evangelisch christendom waarin men gelooft dat er voor of na de wederkomst van Christus een duizendjarig vrederijk op aarde zal komen. In Nederland was het met name orgelverkoper Johannes de Heer (van de gelijknamige zangbundel) geweest die dergelijke ideeën verspreidde.

[7] Dit staat in het boek Openbaring, een apocalyptisch geschrift met een glansrol voor een toornige Christus die weinig gemeen heeft met de andere wang toekerende Jezus van de evangeliën.

[8] In Deuteronomium 7 staat bijvoorbeeld: “Wanneer JHWH, uw God, u de overwinning op hen (de volken in Kanaän) schenkt, moet u hen doden. U mag geen vredesverdrag met hen sluiten en hen niet sparen.” In Jozua 7 staat dat bij de verovering van Jericho de Israëlieten alles doodden “wat erin was, zowel mannen als vrouwen, zowel kinderen als belaarden, zowel runderen en schapen als ezels.”

[9] De boeken Ezra en Nehemia vertellen van een groep Joodse ballingen die weer naar Jeruzalem terugkeren en de tempel herbouwen. Op een gegeven moment worden de niet-joodse (uitheemse) echtgenotes en hun kinderen weggestuurd.

dinsdag 8 oktober 2024

Reis door het zonnestelsel

Wie mij kent weet dat ik iets heb met de kosmos. Ik weet niet precies wanneer het begon, maar ik moet nog erg jong zijn geweest. Mijn belangstelling voor alles wat met het heelal te maken heeft moet gewekt zijn toen ik een boek kreeg van mijn opa met de titel Het oneindige heelal, een boek uit de reeks Wereld der wetenschap. Met plezier keek ik ook naar de Teleac-cursus Moderne sterrenkunde en natuurlijk Cosmos van Carl Sagan.

Dit weekend werd ik erop geattendeerd dat de BBC weer een nieuwe serie gemaakt over het zonnestelsel: Solar System. Net als met de eerdere series Wonders of the Solar System, Wonders of the Universe en The Planets is de BBC er opnieuw in geslaagd er een waar kunststukje van te maken met prachtige computer gegenereerde én echte beelden van exotische werelden als Mars, Venus, Io en Enceladus. En ook dit keer is het natuurkundige professor Brian Cox die het geheel met zijn zoetgevooisde stem aan elkaar praat en uitleg geeft.

In de eerste aflevering staat vulkanisme centraal. Wat veel mensen niet weten is dat vulkanisme niet alleen op Aarde voorkomt. Venus kent meer vulkanen dan welke planeet dan ook in ons zonnestelsel en sommige zijn waarschijnlijk actief, zoals de 8 kilometer hoge Maat Mons. Voor de grootste vulkaan in het zonnestel moet je echter op Mars zijn. Vergeleken met Olympus Mons met zijn hoogte van 25 kilometer en doorsnede van meer 600 kilometer zijn aardse vulkanen slechts molshopen. Actief is Olympus Mons echter allang niet meer. Verderop in het zonnestelsel is het vooral de Jupitermaan Io met haar pizza-achtige voorkomen die voor vuurwerk zorgt met vulkanen die as- en rookpluimen van 75 kilometer hoog veroorzaken.

Omdat Io een kleine wereld is - ongeveer even groot als onze maan - zou alle interne warmte vervlogen moeten zijn. Het is die warmte - zoals op aarde - die vulkanisme aan de gang houdt. Geduldig legt Brian Cox uit hoe het kan dat Io toch zo actief is. Dat heeft alles met de nabijheid van de gasreus Jupiter te maken met zijn enorme zwaartekrachtveld en dat van zustermaan Europa. De gecombineerde zwaartekracht van beide andere hemellichamen trekt voortdurend aan Io.

Net zoals de maan op aarde de getijden veroorzaakt, veroorzaakt Jupiter deze ook op Io. Het is echter geen water dat aangetrokken wordt, maar rots. Het constante krimpen en uitzetten van de getergde maan zorgt voor verhitting van het gesteente. Het is hetzelfde effect dat ontstaat als je een stressbal achterelkaar ineenknijpt en weer loslaat. Ook op de ijzige manen van Saturnus en Neptunus blijkt vulkanisme voor te komen. Dit is echter niet het bekende vulkanisme met lavastromen, maar met water. Het zonnestelsel blijkt dus een uitgebreide familie van exotische werelden te zijn. Dankzij missies als Voyager, Galileo, Cassini, Juno en vele andere hebben we deze hemellichamen kunnen bestuderen en zijn we er veel over te weten gekomen. Met elke ontdekking komen ook nieuwe mysteries aan het licht die om een antwoord vragen. Dat is het mooie van wetenschap. Het is nooit af.

Solar System is op maandagavond om 22:00 uur te zien op BBC Two en wordt op zaterdag om 20:20 uur herhaald.

vrijdag 4 oktober 2024

Wc-spoken

 


Als kind had ik nogal wat rare angsten. Misschien herken je dit wel. Wellicht was je bang voor dat beest met die gele ogen onder je bed. Angst is vaak handig om potentieel gevaarlijke situaties te vermijden. Daarom waarschuwen we kinderen om niet mee te gaan met vreemde mannen. (Vroeger noemden we die kinderlokkers.) Of om niet in een open veld te staan tijdens een onweer. Ik had als kind een flinke angst voor onweer. Ook het donker vond ik niet fijn. Dit zijn zinnige angsten, maar veel angsten kunnen vreemd of zelfs bizar zijn. Zo vond ik het eng om ’s nachts, als iedereen al op bed lag en de lichten uit waren, naar de wc te gaan. Ik stelde het meestal uit tot het niet meer kon. Ik haastte mij dan naar de wc en rende na het doortrekken meteen naar mijn veilige bed waar ik vlug de dekens over mijn hoofd trok.

Waarom? Ik heb als kind namelijk lang het idee gehad dat een spook zich in de wc schuilhield. Een waterig spook dat getergd opsteeg uit de pot om mij vervolgens achterna te zitten. Het was voor mij cruciaal om in bed te liggen voordat het spook mij te pakken kon krijgen. Ik had maar een paar seconden de tijd daarvoor. Het spook steeg namelijk niet meteen op uit het sanitair maar op het moment dat de stortbak bijna leeg was. Dan kwam er een soort diep gorgelend geluid uit de valpijp. Het was dus belangrijk dat ik op dat moment in bed lag, met de deur dicht en dekens over mijn hoofd getrokken. Het moet wel een heel dom spook zijn geweest want het wist blijkbaar niet dat spoken door dichte deuren kunnen gaan.

Een van mijn andere irrationele angsten was die voor een klokkenspel dat op de gevel van juwelier Van Beelen in de Voorstraat in Katwijk aan Zee pronkte. Daaronder was een grijze kast gemonteerd. Daaruit kwam, iedere keer als het klokkenspel zijn deuntjes over de straat uitstrooide, een groepje poppen tevoorschijn welke vervolgens weer aan de andere kant in de kast verdwenen. Ik vond het een doodeng schouwspel en ondanks de bemoedigende woorden van mijn moeder (‘kijk eens wat leuk’) weigerde ik naar de mini-optocht te kijken.

Op een dag zat ik bij opa op de fiets die niets vermoedend van mijn angsten de Voorstraat inreed. En ja hoor, juist op het moment dat hij voorbij het klokkenspel fietste begon het vrolijk te tingeltangelen. Iets wat bij mij acute paniek opriep en waardoor ik mij meteen van het nog bewegende rijwiel liet glijden. Mijn opa kon zich ternauwernood staande houden. Sindsdien behoort dit voorval tot de canon van onze familiegeschiedenis.

woensdag 2 oktober 2024

Naar Parijs geweest. Een opstel (2)

Sous le ciel de Paris

Na een kort weekend in Parijs te hebben vertoeft lijkt het, nu de week weer doormidden is en de oktobermaand twee dagen oud, alsof het een eeuwigheid geleden is. Het weekend is voorbij gevlogen en toch… Gevoelsmatig lijkt het paradoxaal genoeg of de luttele dagen in Parijs veel langer hebben geduurd dan wat klok en kalender aangeven. Tijd lijkt in dezen een nogal rekbaar iets. Het omgekeerde gebeurt bij verveling en sleur. Dan kruipen de minuten voorbij, maar terugkijkend zijn deze omgevlogen. Wat ik begrijp van de psychologie van de tijd is dat, wanneer je veel afwisseling ervaart en nieuwe indrukken opdoet, dit van invloed is op je tijdsbeleving. Waarschijnlijk dat daarom je kindertijd gevoelsmatig veel langer heeft geduurd dan de jaren van volwassenheid, gewoon omdat alles dan nieuw is. Daarna is het vooral veel van hetzelfde en routine waardoor gelijksoortige ervaringen zich samenballen tot een soort homogene massa van herinneringen.[1]

Het is lang geleden dat ik voor het laatst in Parijs ben geweest en de herinneringen aan mijn vorige bezoek zijn wat flets en aangetast door de tijd. Ik was toen met mijn toenmalige partner in Disneyland. Vandaaruit ben je met de metro relatief snel in het centrum. Zo herinner ik me onder andere de metrorit gedurende welke een bandje met accordeon en balalaika ‘spontaan’ het ongeïnteresseerde publiek in het treinstel op een uptempo Slavisch liedje trakteerde. Vervolgens gingen de muzikanten met de onvermijdelijke pet rond om zich te laten belonen voor hun optreden. Wat ik mij verder nog kan herinneren: de Notre-Dame (niet bezocht, want te druk), het Centre Pompidou (een gebouw dat binnenstebuiten lijkt te zijn gekeerd), een wandeling langs de Champs-Élysée, de Eiffeltoren en een miniversie van het Vrijheidsbeeld.

Zoals ik eerder aangaf zijn deze herinneringen redelijk vervaagt en ook de foto’s zijn foetsie. Dus ik heb ook geen materiaal meer om het geheugen op te frissen. Het was dan ook fijn om, nu in gezelschap van Remco en vrienden Peter en Boris, die ons de tickets voor het concert van Mylène Farmer cadeau hadden gedaan, de Lichtstad en de la ville de l’amour weer te bezoeken. Ons hotel in Montparnasse stond, zoals gezegd, relatief dichtbij het Île de la Cité en de Eiffeltoren. De volgende dag, na het (fantastische) concert zouden we dan ook het ontbijt in het hotel overslaan om in de stad te gaan eten. Helaas stond ik die morgen op met een fikse hoofdpijn. Een gevolg van de autorit of het concert? Of was het wellicht toch dat weinig steun biedende flimsy kussentje?

Enfin, al wandelend bereikten we wat later die ochtend het etablissement dat Peter en Boris hadden uitgezocht: Les Deux Magots, het bekende literaire café en restaurant aan de Place Saint-Germain-des-Prés. Hoewel je wel de hoofdprijs voor een consumptie betaalt (9 Euro voor een koffie) is Les Deux Magots een bezoekje meer dan waard. Al was het alleen maar om de rij beroemdheden die daar ooit neerstreken zoals Jean-Paul Sartre, Simone de Beauvoir, Albert Camus, Ernest Hemingway, Pablo Picasso en Bertolt Brecht. Ook de huidige clientèle draagt bij aan de bijzondere sfeer van Les Deux Magots, zoals de charmante en vriendelijke Parisienne vlakbij ons. Deze had duidelijk moeite gedaan om goed gekleed, gekapt en gemake-upt haar café au lait te nuttigen. Veel meer moeite dan menig hoppezakkerige toerist in zijn of haar tenue steekt.

Het bezoek aan Les Deux Magots had mij goed gedaan. Mijn hoofpijn was inmiddels gezakt en de voortgezette wandeling bracht ons naar de oevers van de Seine met zijn boeken- en prentenstalletjes. En natuurlijk zijn massa’s toeristen. Op het Île de la Cité aangekomen was het ook voor ons even de typische toerist uithangen door een selfie te maken bij de Nortre-Dame en vervolgens naar Les Halles, het megagrote winkelwalhalla in hartje Parijs, te lopen. Vandaar was het vervolgens met de metro naar de Eiffeltoren. Ik moest tijdens het ritje denken aan iets wat ik in het boek Underland van Robert Macfarlane had gelezen. In het hoofdstuk over Parijs beschrijft hij een claustrofobische tocht door de gangen en ruimtes die zich onder de stad uitstrekken. Het einddoel is de Salle du Drapeau, de zaal van de vlag. Het laatste stuk voor de Salle du Drapeau moet Macfarlane  zich door een benauwde kruipruimte wurmen. Angst bekruipt hem en hij wil teruggaan, maar hij kan alleen maar rechtdoor. Plotseling wordt hij een brommend geluid gewaar. Hij blijkt zich direct onder een metrotunnel te bevinden.

A faint shudder at first, but clear and now growing in strength and noise. The ceiling, the unstable ceiling, is humming with tremor. The rumbling rises to a thunder and I can hear clicks and clacks among the rumblings… These are trains above us, we are directly underneath the Métro and overground lines. (Macfarlane, 2019)

Na een paar minuten tijgeren wordt de tunnel wijder en kunnen Macfarlane en zijn gids verder lopen naar de Salle du Drapeau. Daar heeft een feestend gezelschap zich verzameld onder de Franse driekleur en waar zij zich tegoed doen aan wijn, wodka en brie terwijl Bowie uit de luidspreker schalt.

(Parijs heeft ook een andere onderkant behalve de catacomben en tunnels waar Macfarlane van vertelt. Overal in de stad, naast chique restaurants en boetieks en voor het oog van de vele zich aan de monumenten vergapende toeristen proberen daklozen - als menselijk zwerfvuil - hun kostje bij elkaar te scharrelen of gewoon te overleven. Zo stond er, toen we tijdens de heenweg op de oprit naar de Périphérique reden, een haveloze man vanuit de goot zijn pet naar de passerende automobilisten uit te steken voor een aalmoes. In winkelstraten, onder luifels en in plantsoenen hadden vele van deze clochards, met hun uitgebluste ogen, geklitte haar en hun schamele bezittingen in een paar tassen, een droog plekje weten te bemachtigen. Aan de lege flessen te zien was de drank voor velen het enige gezelschap.)

Na een korte rit konden we ons vergapen aan Gustave Eiffels smeedijzeren meesterwerk. We waren duidelijk niet de enigen. Rondom de eerste verdieping staan de namen van beroemde Franse wetenschappers als Cuvier, Laplace en Ampère. Na de Seine over te zijn gestoken beklommen we de trappen naar het Palais de Chaillot vanwaar we een prachtig uitzicht hadden richting de Eiffeltoren. Dit was dezelfde plek waar ook Hitler, na de Franse capitulatie in 1940, zich liet vereeuwigen. Maar dit terzijde.. Onderaan het Palais de Chaillot werd druk gewerkt om het tijdelijke decor van de openingsceremonie van de Olympische Spelen weer af te breken. Na een korte wandeling streken we neer op het terras van restaurant Le Centenaire voor het diner. Toen uiteindelijk de zon lager ging staan vonden we het prima om richting het hotel in Montparnasse te gaan maar niet voordat we nog even een wijntje bij Le Standard hadden gedronken en wat over het leven te filosoferen. De volgende ochtend, voor het uitchecken en de terugreis, genoten we nog een keer van een petit-déjeuner met croissants en koffie.

Parijs heeft natuurlijk nog veel meer in de aanbieding dan de plekken die we in de luttele tijd die we tot onze beschikking hadden konden bezoeken. Hopelijk kunnen en zullen we, tijdens een uitgebreider verblijf wat meer en langer genieten van al het fraais dat deze boeiende stad te bieden heeft.



[1] Sla het gelijknamige hoofdstuk in Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt van Douwe Draaisma erop na.

maandag 30 september 2024

Naar Parijs geweest. Een opstel (1)

Toen ik nog op de lagere school zat gingen we als leerlingen jaarlijks op schoolreisje. Dat was gewoonlijk tegen het einde van het schooljaar. Erna was het gebruikelijk om van de opgedane ervaringen een verslag in de vorm van een opstel te schrijven. Voor kinderen in die leeftijd is het niet vanzelfsprekend dat zo'n opstel meteen in aanmerking komt voor een literatuurprijs, maar oefening baart kunst zal ik maar zeggen. Meestal was zo'n opstel een opsomming van activiteiten aan elkaar geregen met 'en toen.' 'En toen gingen we naar de bus. En toen viel Liesje van de schommel. En toen moest de juf plassen. En toen werd Henkie misselijk...' Enfin, iets in die trant dus. Ik kan me nog herinneren dat een juf (of meester) een beetje onpasselijk van al die en-toens werd en haar leerlingen dus aanmoedigde wat creatiever met de tekst om te gaan. Waarschijnlijk om het leeswerk voor haar ook wat aangenamer te maken.

Het is verleidelijk om van mijn/ons recente bezoek aan Parijs ook zo'n opsomming te maken. 'En toen gingen we naar het stadion. En toen gingen we na het concert weer naar de Metro...' Et cetera. Dit omdat, ondanks de korte tijd die we er hebben doorgebracht best wel veel hebben gedaan en gezien. De aanleiding om naar de Franse hoofdstad af te reizen was een bezoek aan het concert Nevermore van Mylène Farmer in het Stade de France. Hetzelfde stadion dus waar recent nog atleten trachtten de fel begeerde Olympische medaille te bemachtigen. Na een voorspoedige rit naar Parijs en na ons door de notoire verkeerschaos op de Boulevard Périphérique te hebben geworsteld kwamen we aan bij ons hotel in Montparnasse.

Er was nog voldoende tijd om de omgeving te verkennen voordat ons gezelschap richting het Stade de France zou gaan. De grauwe wolkenlucht was inmiddels opengebroken en zo hadden we even een onbelemmerd uitzicht op de ciel de Paris vanwaar een vriendelijk zonnetje de nog natte straten deed glinsteren. Een aangename verrassing was de Jardin du Luxembourg met zijn Grand Bassin en vele beelden welke zich op loopafstand van het hotel bevond.

Jardin du Luxembourg

Om niet met een lege maag naar het stadion te reizen streken wij neer bij Tabac de la Sorbonne, een restaurant aan de Boulevard Saint Michel. Omdat na het eten de hemelsluizen weer open waren gegaan, waren Remco en ik genoodzaakt in een alleraardigst winkeltje genaamd Parapluie Simon twee regenponcho's aan te schaffen. Deze bleken later bij het stadion geen overbodige luxe te zijn. Vrienden Peter en Boris bleken genoeg te hebben aan de jassen die zij al droegen.

Nu ben ik zelf geen liefhebber van grote mensenmassa's. Vroeger zou ik mij er zeer ongemakkelijk in hebben gevoeld, maar in de loop der jaren is er bij mij een zekere gewenning ontstaan waardoor ik de drukte makkelijk kan ondergaan. En druk was het bij het Stade de France waar zo'n 80 duizend fans van Mylène Farmer zich hadden verzameld. De veiligheidsmaatregelen waren dan ook niet gering en zo werd het toegestroomde publiek, wij niet uitgezonderd, grondig gefouilleerd.

Uiteindelijk wisten we onze zitplaatsen te bereiken: twee kuipstoeltjes helemaal bovenin de tweede ring tegen de muur geplakt. Daar wurmden we ons met veel bon soirs en excusez mois tussen de andere bezoekers die daar al zaten. Groot voordeel van onze zitplaatsen was dat deze overdekt waren. In geval van regen zouden we dus droog hebben gezeten. Overigens is het gedurende het hele concert droog gebleven. Een gelukje voor de mensen op de vloer en het podium.

Als je mij een aantal jaren geleden zou hebben verteld dat ik nog eens een concert van Mylène Farmer bij zou wonen zou ik je niet geloofd hebben. Sowieso was zij voor mij een redelijk onbekende artiest en had ik geen idee van haar status als superster en muzikale grootheid in de Francofone wereld. Farmers bekendste hit is Désenchanté (1991) die ik eerder alleen in uitvoering van de Belgische Kate Ryan kende. Volgens Wikipedia is Désenchanté geïnspireerd op een boek van de Frans-Roemeense filosoof Emil Cioran. De tekst is vrij pessimistisch van toon en gaat over een teleurgestelde generatie die de gevoelens voor de wereldgebeurtenissen van die tijd weerspiegeld.

Farmer stelde haar fans niet teleur en wist een spectaculaire show neer te zetten, geheel in de stijl van Edgar Allen Poe's gedicht The Raven. Vandaar de titel 'Nevermore,' het enige woord dat de geheimzinnige raaf ik het gedicht zegt. Verrassend was het duet met de Amerikaanse zanger Seal. Traditiegetrouw werd Désenchanté aan het einde van het concert gezongen, voor het laatste nummer. Op het moment dat de eerste tonen van Desenchanté klonken ging het voltallige publiek uit zijn dak en zong luidkeels het refrein mee:

Tout est chaos à côté
Tous mes idéaux, des mots abimés
Je cherche une âme, qui pourra m'aider
Je suis d'une génération désenchantée
Désenchantée

Omdat mijn kennis van het Frans abominabel is zal mijn fonetische gelal wel onverstaanbaar zijn geweest voor mijn buren.

De volgende dag was vooral om even de toerist uit te hangen en naar het Île de la Cité en de Eiffeltoren te gaan. De tijd - slechts een dag - was te kort om alle hoogtepunten van de stad te bekijken of te bezoeken. Wordt vervolgd dus.

maandag 16 september 2024

Memento mori en lechajim!


Omdat manlief werkt bij een van de mooiste begraafplaatsen van Nederland: Sint Petrus Banden, mocht hij daar het afgelopen weekend in verband met Open Monumentendag acte de préséance geven. Voor die gelegenheid was ook de priesterlijke crypte onder de kapel kort geopend voor bezichtiging. Remco ging wat eerder de deur uit om zich bij de poort te posteren om de bezoekers te ontvangen met koffie, koek en brochures. Ik zou hem wat later achterna reizen met de bus. Wel fijn dat ik met lijn 22 van de HTM in slechts een half uurtje en zonder overstap naar de monumentale begraafplaats kon rijden.

Het nieuws van de tijdelijke openstelling van de crypte zorgde voor een aardige stoet belangstellenden. Ik mocht dus, eenmaal daar aangekomen, achter aansluiten bij de andere bezoekers. In de crypte was inmiddels al een eerste groep van vijftien bezoekers naar binnen gegaan. Gelukkig hoefde ik niet heel lang te wachten en hoorde ik bij de gelukkigen die deel uitmaakten van de volgende vijftien die langs het steile trapje mochten afdalen. Binnen stond de directeur klaar om iedereen te verwelkomen en uitleg te geven. De kruisvormige ruimte met tongewelf bevat diverse priestergraven en ossuaria (beenderkistjes). Recentelijk is de hele ruimte nog gerestaureerd en van een nieuwe vloer voorzien, vertelde zij.

Na wat rondgekeken te hebben was het weer tijd om de crypte te verlaten. Omdat Remco en ik later die middag met vrienden hadden afgesproken om de rest van de begraafplaats te bekijken zou ik tot die tijd de omgeving verkennen en kijken welke monumentale zaken nog meer te bezichtigen waren. Nu ligt Sint Petrus Banden op loopafstand van het Vredespaleis en dus besloot ik, na eerst een kopje koffie te hebben gedronken, die kant op te lopen. Zo passeerde ik de joodse begraafplaats waar bij de ingang een aantal vrijwilligers trachtte de vlag van de Open Monumentendag aan het hek te bevestigen. Om 12 uur zou de begraafplaats te bezichtigen zijn.

Na een kort bezoek aan het bezoekerscentrum van het Vredespaleis - wat zelf niet te bezichtigen was -keerde ik weer terug naar de joodse begraafplaats. Daar was ik van harte welkom om zelf even rond te kijken en eventueel deel te nemen aan een rondleiding. Mits ik dan wel een hoofdbedekking op de schedel plaatste. Omdat ik geen hoed of pet bij mij had werd er vlot een keppeltje aangeboden. Daarmee getooid - en altijd op mijn hoede voor eventuele windvlagen die het stukje textiel in een frisbee zouden veranderen - betrad ik de begraafplaats.

Een groter contrast met het katholieke Sint Petrus Banden was niet denkbaar. In tegenstelling tot deze begraafplaats met zijn classicistische bouwwerken en geometrisch aangelegde grafmonumenten was de joodse begraafplaats een sobere dodenakker met verweerde en met korstmos bedekte gedenkplaten. Het geheel had daarmee een heel andere charme maar was daarom niet minder sfeervol. Hier leek de natuur de overhand te hebben terwijl bij de katholieke buren het vooral de mens was die de natuur met liniaal en waterpas in een strak keurslijf had gehesen. Overigens was op de joodse begraafplaats het gras voor de gelegenheid gemaaid.

De gids op de joodse begraafplaats vertelde iets over het ontstaan en gaf toelichting bij bijzondere grafmonumenten. In 1694 werd een eerste stukje duingrond aangekocht om overleden Sefardische en Asjkenazische joden[1] te begraven. Het Sefardische gebruik van liggende grafstenen werd overgenomen door de Asjkenazische joden zodat er weinig rechtopstaande grafmonumenten te vinden zijn. Van lieverlee werd de begraafplaats met verdere aankopen van grond uitgebreid. Op de begraafplaats liggen onder meer de schilders Jozef Israëls en Salomon Verveer en Neerlands eerste joodse minister begraven.

Een bijzonder detail dat mijn opviel was de afbeelding van twee handen op sommige zerken. Het gaat hier om de zegenende handen van Cohen. Van de Cohens wordt gezegd dat zij afstammen van de bijbelse priesters die dienst deden in de tempel in Jeruzalem en dus gemachtigd zijn om de zegen te geven aan de geloofsgemeenschap. De wijze waarop de vingers gespreid zijn zou een verwijzing zijn naar de Hebreeuwse letter Sjin, ש, de eerste letter van Sjaddai, wat 'almachtige' betekent.

Waar ik dit gebaar vooral van ken is de serie Star-Trek, waarin de Vulcan Mr. Spock, gespeeld door Leonard Nimoy, regelmatig bij wijze van groet zo de hand opsteekt en eraan toevoegt: ‘Live long and prosper.’ Inderdaad heeft de joodse acteur Nimoy zelf dit gebaar ooit geïntroduceerd met de priesterlijke zegen in gedachte. Ik vraag me af hoeveel Trekkies dit weten.

Joden kennen eeuwige grafrust en dus worden de graven niet geruimd. De doden wachten daar de komst van de Messias af en dag van de wederopstanding. Dit wil niet zeggen dat de begraafplaats altijd met rust is gelaten. In de Tweede Wereldoorlog was het terrein Sperrgebiet en liepen er loopgraven doorgeen. Ook zijn er V2’s vanaf gelanceerd (waarbij de installatie met grafstenen werd ondersteund) en is er een Britse vliegtuigbom ontploft. Van de kapotte grafstenen is later een klein monument gemaakt.

Een bezoek aan beide begraafplaatsen maakt veel inzichtelijk over de theologische verschillen tussen katholieken en joden[2], maar vooral over de voorstellingen en verwachtingen met betrekking tot wat er eventueel ná dit leven komt. De joodse gids liet het in het midden of er zoiets is als een hiernamaals. ‘Afwachten maar. En die Messias en de wederopstanding? We zullen zien.’ Het joodse geloof lijkt vooral gericht op hoe je hier en nu het goede leven kunt bewerken. Of dit representatief is voor alle joden weet ik niet. Ik ben geen insider, maar deze gedachte spreekt wel aan.

Het jodendom, net als alle andere religies, is divers en kent vele stromingen dus zal daar ook wel verschillend over worden gedacht. De katholieke begraafplaats lijkt vooral een opstapje naar de hemel te zijn, de eeuwige gelukzaligheid waar de gelovige op mag hopen. Vandaar ook de vele afbeeldingen van engelen en vortexen van opstijgende zaligen. Maar ook van de vele nuances van het katholieke geloof weet ik niet alles.

Aan het einde van de middag verschenen onze vrienden op Sint Petrus Banden om daar de kapel, arcade en grafmonumenten te bekijken. Nadat Remco met zijn collega had opgeruimd en afgesloten vertrokken we aansluitend naar restaurant Phuket in Scheveningen voor een heerlijke Thaise maaltijd. Zo werd deze Open Monumentendag een memento mori-dag afgesloten met een welgemeend ‘lechajim!’ Op het leven!



[1] Sefardische joden zijn afkomstig uit met name Spanje en Portugal vanwaar, nadat het zeer katholieke koningskoppel Isabella en Ferdinand besloten dat met het innemen van de laatste moslimenclave hun hele grondgebied katholiek moest zijn, vele joden besloten elders een veilig heenkomen te zoeken. Asjkenazische joden zijn vooral afkomstig uit Midden en Oost-Europa.

[2] Zo werd door een van de bezoekers de vraag gesteld of God in het jodendom en in het christendom wel dezelfde is. De gids antwoordde daarop dat het christendom is voorgekomen uit het vroege jodendom en dat het Oude Testament de bijbel van de joden is. De joodse bijbel of Tenach kent wel een wat andere indeling dan het Oude Testament. Wat betreft God benadrukt het jodendom de eenheid van God, hoewel de oudste delen van de bijbel laten zien dat de oude Israëlieten geen strikte monotheïsten waren. De hoofdstroom van het christendom ziet God als een drie-eenheid van Vader, Zoon en heilige Geest.


Nein sagen

  Ik mag graag een boekwinkel bezoeken wanneer ik op vakantie ben. Duitsland is een land waar er veel te vinden zijn, zoals die van de grote...