vrijdag 31 oktober 2025

Goed gestemd?

Woensdag 29 oktober heb ik de hele dag op het stembureau mogen vertoeven. Als lid, zoals dat heet. Als ik de berichten op tv en het internet mag geloven is het vinden van vrijwilligers hiervoor geen kleinigheid, alhoewel dat in Rijswijk niet het geval bleek. Via Facebook meldde iemand mij dat diens echtgenote niet in de prijzen was gevallen wegens juist een teveel aan enthousiastelingen.

Om plaats te kunnen nemen in een stembureau moet je, kun je, je aanmelden. Vervolgens krijg je na aanmelding, als het goed gaat, per mail middels een benoemingsbesluit te horen of je benoemd bent tot lid en bij welk stembureau je bent ingedeeld. Ook krijg je nog een korte online cursus vooraf.
Ik was dus de hele dag ingedeeld, wat betekende dat ik om 7 uur acte de présence moest geven, in dit geval in de kantine van een plaatselijke sportclub. Uiteraard stonden de stemhokjes en stembussen al in gelid opgesteld en was er een ruime voorraad stembiljetten en rode potloden aanwezig.
Al voor het stembureau openging had een klein gezelschap zich bij de ingang verzameld. Om half 8 kon deze meteen zich bij de tafels melden met stempas en identiteitsbewijs in de aanslag. Ook de leden zelf konden nog gauw hun stem uitbrengen. Hoewel er geen dikke rijen voor de deur stonden was de toestroom de hele dag gestaag. De momenten dat het stemlokaal leeg was waren schaars. Stapte er dan toch iemand binnen dan was de reactie vaak: 'Lekker rustig hier.' We konden deze persoon dan meldden dat de stemmers weliswaar niet met busladingen tegelijk kwamen, maar dat er toch net een fors aantal de stem had uitgebracht.
Na het controleren van de stempas en het ID kregen de stemmers hun stembiljet mee en mochten ze daarmee naar een van de stemhokjes om met het klaarliggende rode potlood de partij en politicus van hun keuze aan te kruisen. Sommigen hadden kinderen meegenomen, waarvan enkelen voor de gelegenheid uitgedost in Halloweenkostuum. De kleinsten werd even uitgelegd dat een stembiljet geen kleurplaat is. Vanwege de omvang van de stembiljetten werden deze vaak tafellaken, landkaart of iets dergelijks genoemd. In de hokjes werd vaak verzucht: kan het niet kleiner? Was het open vouwen al een dingetje, het opvouwen bleek helemaal lastig, zo bleek uit het vele geritsel.
Het werd een lange zit. Om 9 uur 's avonds verliet de laatste kiezer het stembureau en kon de telling beginnen met het omkeren van de stembussen. Extra hulptroepen waren ingeroepen om te helpen met tellen. De biljetten werden open gevouwen en op volgorde van de kandidatenlijst in de ruimte opgestapeld.

Daarna werd elke stapel geteld en nog een keer geteld, gebundeld en weer opgeborgen in de stembus. Ik kreeg dan ook een aardig beeld van wat de landelijke uitkomst zou kunnen zijn. Niet dat het resultaat van één stembureau representatief is (ik kan me voorstellen dat de uitkomst in Urk niet echt een graadmeter is) maar bepaalde trends tekenen zich wel af. Om 5 over middernacht was het klaar. Een hele lange dag zat erop. Met door het papierstof van de stembiljetten lichtelijk geïrriteerde luchtwegen fietste ik door de regenachtige nacht weer naar huis, benieuwd naar wat er uiteindelijk uit de bus zou komen: linksom of toch weer rechtsom.

Inmiddels zijn de meeste stemmen geteld is de winnaar bekend: het D66 van Rob Jetten. De exitpolls wezen al in die richting maar al snel bleek dat de PVV van Wilders aan het inhalen was en even leek deze D66 voorbij te streven. Ben ik blij met deze uitslag? Mijn eigen partij, GroenLinks-PvdA ,moest flink inleveren. Helaas. Timmermans trok hieruit zijn conclusies en stapte terug als partijleider. Bij de vorige landelijke verkiezingen ging de PVV er met de hoofdprijs vandoor. Het leverde mij een katerig gevoel op en wat volgde was een klungelkabinet waar Wilders vervolgens de stekker uittrok, waarschijnlijk in de hoop deze verkiezingen er het maximale uit te halen om premier te worden. Hij heeft gegokt en verloren. Jettens succes is, net als overigens dat van Wilders in 2023, ook in de internationale pers breed uitgemeten. Niet in de laatste plaats omdat hij openlijk gay is en ook nog eens de jongste premier ooit van Nederland wordt.

Ik wil niet meteen dit stukje eindigen in mineur. Jetten heeft door zijn positieve uitstraling een hoge gunfactor. De PVV mag dan flink hebben ingeleverd, maar de radicale en extreemrechtse kiezers hebben Ja21 en het fascistoïde FvD ook weer een flink aantal zetels toegeschoven. Getalsmatig is deze uiterst rechtse flank dus nog steeds flink vertegenwoordigd. En ondanks alle geroeptoeter over de dreiging van extreemlinks en karaktermoord op iemand als Frans Timmersmans lijkt het linkse geluid gemarginaliseerd.

'Het kan wél' was de leus van D66 deze campagne. Een catchy slogan die zo van Obama's 'Yes we can!' overgenomen lijkt. De overwinning van D66 toont aan dat een progressief-liberale middenpartij er toch met het eremetaal vandoor kan gaan. Gelukkig maar. Toch zal het nog een flinke puzzel worden om een kabinet te formeren, linksom of rechtsom. Maar wie weet kan dít ook. Wat in ieder geval duidelijk is, is dat veel mensen snakken naar een stukje rust en stabiliteit van de regering om de grote problemen aan te pakken en geen rariteitenkabinet.

dinsdag 28 oktober 2025

Kosmische komedie. Een terugblik op zondag 26 oktober


















Zondag 26 oktober mocht ik weer voorgaan in de dienst van de Remonstranten in Den Haag. Een dienst vraagt altijd een gedegen voorbereiding. Overdenkingen schud ik dan ook niet zomaar uit mijn mouw. De vraag is om te beginnen vaak: waar ga ik het over hebben? Een bijbeltekst kan het startpunt zijn om die vraag te beantwoorden. Nu heb je een scala aan verhalen, spreuken, liederen, legenden, rituele voorschriften, parabels en andere teksten waar je uit kunt putten.

Om te voorkomen dat de bekende verhalen voortdurend worden opgediend en uitgelegd bestaat er zoiets als een oecumenisch leesrooster. Doorheen het hele jaar is voor elke zon- en hoogtijdag een selectie aan teksten gemaakt zodat deze de spreker-predikant wat handvatten biedt, mocht deze er zelf niet uitkomen. Of om te voorkomen dat de barmhartige Samaritaan weer op moet draven.

Nu is het terugvallen op een bekend geacht verhaal niet altijd te voorkomen. Bijvoorbeeld omdat de kerkgangers met Kerst het verhaal van Maria, Jozef en het kindeke Jezus verwachten. Maar niet elke tekst ligt lekker in het gehoor of past bij wat de voorganger zijn gehoor wil meegeven. Veel teksten in de bijbel, zoals Anna-Claar Thomassen-Rosingh in Re-imagining the Bible for Today zegt: niet alle teksten zijn even moreel, mooi of historisch interessant.

Sommige zijn zelfs verbijsterend, gewelddadig en soms regelrecht aanstootgevend. Veel teksten zijn niet geschikt voor jonge lezers en mensen met een zwakke maag. Je doet er beter aan ze links te laten liggen. Voor wie de bijbel het onfeilbare en geïnspireerde woord Gods is betekent het vaak dat je je in vele intellectuele bochten moet wringen om recht te praten wat krom is. Het is oké om het niet eens te zijn met wat je leest.

Kiest de spreker ervoor een tekst aan het bedachte thema te koppelen of het thema uit de voorgeschotelde tekst te halen? Natuurlijk staat het vrij om af te wijken van het leesrooster en inspringend op de actualiteit een of meerdere teksten te lezen die het goed doen als kapstok om het betoog aan op te hangen. Overigens is het binnen de meer vrijzinnige kerken vaak ook geen punt om ook een tekst te lezen uit andere literaire werken, religieus of anderszins.

Is de tekst eenmaal gekozen, dan is goed om even te kijken naar dóór wie en vóór wie deze is geschreven, welk genre het is en wat anderen erover te zeggen hebben. Kennis van de grondtaal schept ook meer duidelijkheid aangezien bij de vertaling ook veel niet gezegd wordt. Of juist van alles van de vertaler(s) door hun keuze voor juist déze vertaling.[1] Achtergrond van lezer en publiek zijn sowieso van invloed op de keuzes.

Voor deze zondag had ik gekozen voor twee teksten: een uit het Oude Testament (1 Koningen 22) en een uit het Nieuwe Testament (Efeziërs 6). De eerste gaat over de koningen Josafat van Juda en Achab van Israël. De laatste vraagt de eerste om militaire steun om een stad te heroveren die bezet is door het naburige Aram (Syrië). De tweede gaat over wat ‘de wapenuitrusting van God’ wordt genoemd.

Tot mijn verassing zag ik op Facebook een post waarin voor de dienst van 19 oktober de dienstdoende predikant óók deze tekst had uitgekozen. En dat terwijl de opzet van mijn liturgie al verstuurd was. Toch heb ik maar even gevraagd wat te doen. Alles omgooien? Preek in de prullenbak? “Ik zou niet alles veranderen als ik jou was,” was het antwoord. “Niemand vindt het erg als een bepaalde bijbeltekst van een andere invalshoek benaderd wordt. Dat kan het juist ook interessant maken.” Voor de zekerheid heb ik, voor ik alles ging uitschrijven, toch zijn preek van maar even beluisterd.

Op de preekstoel (bij een andere gelegenheid) 
Zondag toog ik dus naar het kerkgebouw aan de Laan van Meerdervoort in Den Haag. Het onstuimige weer zou voor veel mensen wel eens een te grote hindernis kunnen zijn om fysiek de dienst bij te wonen. Ook het ontvangstcomité vreesde dat er slechts een klein gezelschap zou zijn, maar dat viel uiteindelijk mee en de zaal was, zij het op het laatste moment, nog aardig vol gelopen. Inmiddels zorgde de organist voor al voor de juiste muzikale omlijsting. Stipt om half 11 liep ik onder klokgelui met het dienstdoende kerkenraadslid door de kerkzaal naar voren waar ik op de eerste rij geplaceerd werd. Na het welkomstwoord en het zingen van het openingslied mocht ik mij naar het spreekgestoelte begeven.

Als thema had ik Een kosmische komedie gekozen omdat in beide teksten sprake is van een wereldbeeld of kosmologie waarin achter het decor van deze zichtbare wereld een geestelijke wereld schuilgaat waarvandaan het wereldgebeuren beïnvloed wordt. Deze wereld had een soort gelaagdheid waarin geesten als in een soort kosmische volière af en aanvlogen. Ook de planeten (in het geval van de brief aan de Efeziërs) oefenden - een niet altijd positieve - invloed uit. Deze kosmos in laagjes mag velen van ons wat vreemd aandoen maar helemaal verdwenen is die niet. Denk maar aan het nog steeds aanwezige geloof in astrologie.

Een kosmische komedie
In het verhaal van Achab en Josafat  zien we de twee koningen in staatsiegewaad op provisorisch opgestelde tronen plaatsnemen. Nu was het gebruikelijk dat er voor men ten strijde trok ook nog even raad werd gevraagd aan de goden. 400 van Gods profeten worden opgetrommeld. Op de vraag: optrekken of niet? is het unanieme antwoord: doen! God geeft je de stad op een presenteerblaadje. Eén heeft zich zelfs uitgedost met horens van ijzer. De koningen zouden als stieren inbeuken op de vijand en zo de Arameeërs terug in hun hok jagen.

De vrome Josafat vindt zoveel unanimiteit verdacht en vraagt zich af of er misschien nóg een profeet is. Die is er, Micha, maar Achab heeft een hekel aan hem want hij verkondigt alleen maar onheil. Micha wordt vooraf gebrieft over wat de 400 collega’s hebben gezegd. “Zeg alsjeblief ook iets gunstigs!” is het dringende advies. “Trek op en u zult voorspoedig zijn. De Heer zal het in uw macht geven!” zegt Micha niet zonder sarcasme. Zijn reputatie als onheilsprofeet kennende bijt de koning Micha toe de waarheid te vertellen.

Dan vertelt Micha van een wonderlijke hemelse vergadering van de Heer en zijn legers. God wil Achabs ondergang maar hij heeft iemand nodig die hem kan overhalen op te trekken naar Ramoth. Uiteindelijk treedt een geest naar voren die Gods profeten leugens in de mond zal leggen. En God? Die vindt het een uitstekend idee. Eigenaardig, denk ik dan. Een geest die erop uitgestuurd wordt om God een excuus te geven om Achab in de val te lokken! God die zijn hand niet omdraait voor een stukje list en bedrog om zijn doel te bereiken? Hm… (Lees dit verhaal eens in de kostelijke hervertelling van Guus Kuijers Bijbel voor ongelovigen.)

Onwillekeurig moest ik bij die mooi pratende profeten denken aan de foto van Donald Trump die met gevouwen handen achter zijn bureau gezeten de zegen van God over zich laat afroepen door de om hem heen verzamelde predikanten en evangelisten[2]. Autocraten als Trump, Putin en Bolsonaro omringen zich graag met jaknikkers en hielenlikkers. Mooipraters die hen bewieroken, prijzen voor elke scheet die ze laten. Uit overtuiging, opportunisme, lijfsbehoud of een combinatie ervan. De goedkeuring van God is mooi meegenomen.

Het contrast met de dappere bisschop van Washington, Mariann Edgar Budde, kon niet groter zijn. Budde confronteerde Trump door begin dit jaar tijdens de gebedsdienst na zijn inauguratie in haar slotpleidooi aan te dringen op barmhartigheid. Is het immers niet de taak van mensen met écht moreel gezag om machthebbers niet van een goddelijk mandaat te voorzien maar kritisch te zijn en tegengas te bieden? De kersverse president vond het maar een waardeloze preek.

Mariann Edgar Budde

Een autocraat heeft een ontstellend gebrek aan relativeringsvermogen en humor, blijkt maar weer. Als er al sprake is van humor is dat in de vorm van bijtende spot, leedvermaak en pesterijen. Ironie ontgaat hem, satire is een persoonlijke aanval. Kritische stemmen moeten monddood worden gemaakt. Je moet wel voor hem klappen, anders krijg je klappen. Dit soort machtshebbers zijn niet meer dan bandieten en gangsters.

De opkomst van politici als Trump en de toenemende invloed van complottheorieën en desinformatie gaan gelijk op. Hoewel men graag prat gaat op het eigen kritische denkvermogen (bedenk maar hoevelen er bijvoorbeeld niet roepen dat ze “zelf ‘onderzoek’ hebben gedaan naar vaccins”) is daar veel op af te dingen. Zo blijkt dat binnen het kamp van nieuwe spirituelen, yoga- en wellnessmoeders en antivaxers velen zijn die hun oor laten hangen bij extreem-rechts.[3]

Werkelijk kritisch denken is een kwestie van oefening, cultivering, educatie en training. Jarenlange blootstelling aan hersenloos entertainment en nieuwsgaring via sociale media hebben dat denkvermogen afgestompt en velen tot louter consumenten gemaakt van soundbites, frames en frases zonder context. Het zijn holle vaten waar naar believen alles in gegoten kan worden zonder dat er sprake is van een filter of reflectie.

Ik mag dan ook graag de astronoom Carl Sagan citeren die in de jaren 90 al zei: “Als we zelf niet kunnen nadenken en onwillig zijn om autoriteiten te bevragen zijn we slechts boetseerklei in de handen van machthebbers. Als we te lang bedot zijn, zijn we geneigd al het bewijs daarvoor te negeren en zijn we niet langer geïnteresseerd in het vinden van de waarheid. Het bedrog heeft ons in zijn greep en het is te pijnlijk om te erkennen dat we in de maling genomen zijn.”[4]

Carl Sagan

Zoiets gaat niet op stel en sprong, maar sluipenderwijs. We worden eerst gepaaid en gekieteld, verdoofd en bedreigd, verdeeld en verbonden door een meester-poppenspeler, die tegelijkertijd beul en minnaar is.[5] Maar als je een charlatan eenmaal macht over je hebt gegeven krijgt je het zelden weer terug. (Houd deze gedachte vast als je naar het stemlokaal gaat.) Hoewel Sagan vreemd zou kijken als je hem een profeet zou noemen heeft hij voor zijn overlijden al gezien hoe religieus extremisme Amerika in zijn greep zou krijgen door het ondermijnen van wetenschap en de afbraak van het onderwijs.

Na afloop van de dienst was het tijd voor koffiedrinken in de Tuinzaal maar daarvóór werden nog even handen geschud bij de deur. Aan de reactie van de mensen is vaak wel te merken hoe de overdenking geland is. Wordt met beide handen mijn hand gepakt dan zit meestal wel goed. “U heeft ons veel gegeven om over na te denken,” of: “Mooie overdenking” zijn zomaar wat reacties die ik mocht ontvangen. Feedback is sowieso goed. Ook kritische. Ik kan er veel van leren. Onder het koffiedrinken hoorde ik iemand – niet tegen mij – nog zeggen: “Ik hou niet zo van die politiek getinte preken.” Een andere kerkganger drukte mij op het hart niet al te uitgesproken te zijn “want je nooit wie er meeluistert.” Na wat leuke gesprekken was het weer tijd om naar huis te gaan.



[1] In de Willibrordvertaling van 1975 wordt het in de katholieke kerk gebruikelijke woord ‘doopsel’ in plaats van ‘doop’ gebruikt.

[2] De profeet die in het bijbelverhaal ronddanste met ijzeren horens op zijn hoofd deed mij weer denken aan de zogenaamde QAnon-sjamaan die tijdens de bestorming van het Capitool een hoofdtooi van bont met horens droeg.

[3] Lees daarover het boek Eigen welzijn eerst van Roxane van Iperen.

[4] (Sagan, 1996)

[5] Citaat uit de beklemmende roman Het bewind van de gelukkigen van Nelleke Noordervliet.

maandag 22 september 2025

Elsje Fiederelsje


De tekst zoemde rond in mijn hoofd na het zien van de beangstigende beelden van het geweld in Den Haag, afgelopen zaterdag.



Elsje Fiederelsje, gooit wat olie op ’t vuur

Links is de grote satan

De gevolgen zijn zuur

 

Tingelingeling, extreem geweld

Haat en veel dreigen

Tingelinge, sla maar op de vlucht

Alles moet stuk

 

Elsje Fiederelsje, vindt: zó hoeft het niet echt

Maar mocht GroenLinks de grootste worden

Roept ze: oorlog! Ik vecht!

 

Tingelingelinge, ruit kapot

Brandende vuilbak

Tingelingelinge op het Plein

Haat en venijn

donderdag 11 september 2025

(A)Sociaal


Moet ik mijn sociale media-accounts opheffen? Als het aan auteurs als Jaron Lanier (kunstenaar en pionier op het gebied van virtual reality) en Thijs Launspach (psycholoog) ligt wel. Vooral platforms als X (voorheen Twitter), Facebook, Google en TikTok zou je als de wiedeweerga moeten verlaten om jezelf, maar ook de wereld, mentaal gezond te houden. Lanier somt in zijn boek Ten Arguments for Deleting Your Social Media Accounts Right Now, zoals de titel al weggeeft, tien dringende redenen op om je accounts op te heffen. Sociale media zouden je beroven van je vrije wil, ze veranderen je in een klootzak, ondermijnen de waarheid (of hollen het begrip uit), maken wat je zegt zin- en inhoudsloos en bovendien hartstikke ongelukkig.

Launspach gaat daar een heel eind in mee. Omdat er een flink beroep op ons gevoel van morele verontwaardiging gedaan wordt bij bepaalde berichten, hebben we de neiging er flink te keer te gaan. Door deze berichten te liken en te delen komen deze elke keer weer bovendrijven. Sociale media gedijen dus blijkbaar het best door een beroep op onze negatieve gevoelens te doen, zoals verontwaardiging, angst en boosheid. Bovendien zegt Launspach dat de socials bij uitstek de plek zijn voor wat moral grandstanding (morele grootsheid) wordt genoemd. Dit is onze neiging om anderen te laten zien dat we gedrag van personen die over de schreef gaan afkeuren. Vooral als deze tot een andere groep dan de onze behoren is deze neiging sterk en effectief. Je kunt deze ander dan makkelijk wegzetten als wappie, schaap of woke.

Sociale media hebben ook de neiging als een soort fuik, (de fabeltjesfuik van Arjen Lubach), bubbel of echokamer en/of megafoon te fungeren. De fuikfunctie zit er vooral in dat de algoritmen ervoor zorgen dat op basis van je eerdere zoekgedrag je zoveel mogelijk van dezelfde content te zien krijgt en zolang mogelijk blijft kijken. Er wordt ook wel van een ‘rabbit hole’ (konijnenhol, een metafoor uit Alice in Wonderland) gesproken. Daardoor kun je zomaar uren achter elkaar je verliezen in het opzoeken van materiaal dat je interessant of amusant vindt. Omdat dit allemaal een beetje veel van hetzelfde is zal je niet snel alternatieven tegenkomen. Ook het waarheidsgehalte van het aangebodene is twijfelachtig op zijn minst. Het is een glijdende schaal waardoor mensen die alleszins normaal en redelijk zijn op den duur zelfs de meest bizarre dingen gaan geloven.

De bubbel zorgt ervoor dat je met zoveel mogelijk gelijkgestemden in aanraking komt. Aangezien die het grotendeels met je eens zijn en veel van je posts zullen beamen is er geen correctie of weerwoord, maar alleen bevestiging. Zo verslapt je kritisch denkvermogen. Op het moment dat iemand door onze bubbel prikt voelen we dit als een aanval of belediging en zullen we er alles aan doen onze gekrenktheid te verzachten, bijvoorbeeld door de opmerking te bagatelliseren, ter zijde te schuiven of juist in de aanval te gaan. Dat laatste is op veel platforms, die dol zijn op escalatie, olie op het vuur en wordt dus ook toegejuicht. Hoe meer ophef, hoe beter, want we blijven dan immers doorlezen. Ophef werkt.

Normaal gesproken zou je, aldus Launspach, wanneer je tegenover een persoon zit die het niet met je eens is een bepaald basisrespect hanteren. In de onlinewereld gaan deze sociale vaardigheden en omgangsvormen het raam uit en vallen we terug op onze primitieve instincten omdat we ons afgeschermd en ongezien wanen. Launspach noemt als vergelijking automobilisten die in de auto helemaal los gaan en de medeweggebruiker de ergste dingen – in Nederland vooral ziektes – toewensen. Vooral omdat er niemand is die ons dan corrigeert.

Lanier heeft het over gemeen-zijn, boosaardigheid bij de omgang op sociale media. Het is volgens hem de ruwe olie van de sociale mediabedrijven. Het is deze negatieve aandacht waardoor gewone mensen veranderen in klootzakken. En de grootste klootzakken krijgen de meeste aandacht. Launspach zegt dat door het dehumaniseren van de ander –  door iemand te reduceren tot een aspect van diens identiteit, persoonskenmerk of mening (woke, wappie) – je ze makkelijker weg kunt zetten als niet-ons-soort-mensen. In het extreme geval kan daardoor zelfs een hele bevolkingsgroep (zoals de Rohingya in Myanmar) het slachtoffer van etnische zuivering worden.

Een recente ervaring op Facebook heeft mij af doen vragen of mijn aanwezigheid daar wel zo zinvol en handig is. Zeker, ten eerste, omdat de eigenaar van het platform, ene meneer Z., zich tot het MAGA-isme heeft laten bekeren – uit overtuiging of lijfsbehoud of een beetje van beide – en de Europese regulering als een aanval op de vrijheid van meningsuiting wegzet. Ten tweede omdat ik de toonzetting bij sommige berichten, met name bij wetenschappelijke artikelen en posts van bijvoorbeeld de NOS – en misschien reageer hier ik vanuit mijn eigen vermeende morele superioriteit – te stom vind om woorden aan vuil te maken. Ten derde omdat ik op een reactie van mijn kant bij een bericht over het LHBTI-beleid van een zekere megakerk op de persoon gespeelde reacties kreeg.

Even een situatieschets: De kerk in kwestie kan of wil geen stellen van hetzelfde geslacht inzegenen. Men kan daar geen bijbelse basis voor vinden. Mede daardoor heeft een groep LHBTI-ers de kerk verlaten. In de reacties stond te lezen dat de bijbel, waar het gaat om relaties, seksualiteit en huwelijk, als leidraad en normgevend moet worden gezien en nagevolgd. Mijn reactie daarop was dat als in de bijbel praktijken als polygamie en slavernij voorkomen deze toch ook geen navolging verdienen. Dat was tegen het zere been. “Deze praktijken worden in de bijbel helemáál niet goedgekeurd!” (Strikt genomen is dat ook zo, maar ze worden ook niet áfgekeurd. Het was ‘gewoon’ iets wat wijdverspreid was. Wel zijn er uitgebreide voorschriften hoe om te gaan met slaven.) Een andere reactie was: “Wat voor bijbel lees jij? De satansbijbel?” Wellicht had ik daar op moeten antwoorden dat ik dat zeker met veel plezier deed. Vooral voor het slapen gaan.

Veel commentatoren haalden dus hun argumenten uit de bijbel die zij als geïnspireerd woord van God zien en dus tijdloos. Dat er andere bijbelvisies bestaan, bijvoorbeeld een meer vrijzinnige of wetenschappelijke, of die de bijbel als mensenwerk zien, leek er niet in te gaan. Half schertsend had ik in het draadje een citaat van de theoloog Harry Kuitert geplaatst: “Alle spreken van Boven komt van beneden, ook de uitspraak dat iets van Boven komt.” Daarmee bedoelend, denk ik, dat zelfs als je van de goddelijke oorsprong van de bijbel uitgaat je altijd nog een kaste van theologen, exegeten, hermeneuten, predikanten en dergelijke nodig hebt om de bijbel te verklaren en uit te leggen. In bepaalde kringen werkt de naam van Kuitert blijkbaar nog steeds als een rode lap bij een stier. “Wat weet een ongelovige van geloofszaken?” Vrijzinnigheid is blijkbaar een vies woord.

De ironie was ze ontgaan en de knuppel was in het hoederhok beland. Vervolgens had de persoon die mij betichtte van het lezen van de satansbijbel mijn Facebookprofiel gelezen en verontwaardigd gereageerd dat ik – die gewerkt had als geestelijk verzorger – eigenlijk een soort nestbevuiler was. Mijn uitleg dat een geestelijk verzorger ook een humanist kan zijn, en dat mijn werk als rondleider bij een ruimtevaartmuseum niets met geloof en religie te maken had viel niet goed, maar bevestigde hem in de mening die hij over mij gevormd had. (Op diens profiel zag ik berichten over creationisme en veel antilinks sentiment.) Ik moest vooral doorgaan met mijn slavenleventje. Na deze jij-bak vond ik het wel genoeg, wenste ik deze persoon het allerbeste en blokkeerde hem. Ook was dit voor mij nu even het moment om een aantal mensen te ontvrienden. Het opschonen van je vriendenlijst lucht soms lekker op.

Nu, ik snap dat ik daarmee mij wellicht iets meer in mijn eigen bubbel terugtrek. Ik heb er geen moeite mee als mensen een andere mening hebben. Waar ik echter een grens trekt is wanneer er op de man gespeeld wordt. Een wijze les voor mij is dat ik een volgende keer niet meteen toehap bij dergelijke berichten. De neiging bestaat om een dergelijk bericht te gebruiken om over en weer elkaar eindeloos jij-bakken toe te gooien. Misschien moet ik mensen, op basis van wat ze op sociale media plaatsen, ook niet meteen typeren als ‘fundamentalist.’ Alhoewel sommigen - zoals in dit geval - dit als een soort geuzennaam dragen.

Tegelijk vind ik het werkelijk tenenkrommend wat mensen allemaal het web opslingeren. (Daar heb je die boosheid en verontwaardiging weer.) Het gevoel van boosheid of belediging is soms iets wat veel te lang aan me blijft knagen. Dus: note to myself: ga niet mee in de stroom van negativiteit, reageer constructief en onderbouw wat je zegt. Of tel tot tien en vraag je af of de kool de sop wel waard is en doe iets nuttigs of ontspannends. En: vraag je af of je misschien zelf als een klootzak hebt gedragen. Of vraag het een ander. Maar dan face to face. Dat werkt beter en minder polariserend. Denk ik.

Bibliografie

Lanier, J. (2018). Ten Arguments for Deleting Your Social Media Accounts Right Now. London: Penguin Random House UK.

Launspach, T. (2023). Asociale media. Hoe socials je manipuleren en hoe je ontsnapt aan hun greep. Amsterdam: Uitgeverij Unieboek | Het Spectrum bv.



donderdag 14 augustus 2025

Ooh!

Zonsopgang boven Te Weve

Wie kent niet het gevoel van vervoering of verrukking bij het zien van een prachtig landschap, een zonsondergang, of bij het horen van een mooi uitgevoerd stuk muziek? Of misschien ervaarde je meer dat gevoel van overweldiging onder de sterrenhemel of dat ontzag bij het betreden van een kathedraal? Het is soms moeilijk dit gevoel samen te vatten in één woord of begrip. In het Engels wordt hier vaak het woord ‘awe’ gebruikt. De uitspraak lijkt een beetje op het geluid ‘ooh!’ wat we vaak maken wanneer we iets van grote schoonheid ervaren of ergens door verrast zijn. Wanneer je het woord ‘awe’ door de vertaalmachine laat vertalen in het Nederlands krijg je als antwoord vaak ‘ontzag’. Op de een of andere manier drukt dit voor mij niet helemaal wat van het begrip omvat. ‘Awe’ is ontzag, maar ook vervoering, verrukking, verwondering en euforie.

Volgens Dacher Keltner, professor psychologie aan de University of California in Berkeley is het ervaren van ‘awe’ – het lijkt wel een onomatopee van de klanken die we bij dit soort emoties uiten – bijzonder gunstig voor ons welzijn: lichamelijk, geestelijk en emotioneel. Dat blijkt ook uit de ondertitel van zijn boek over dit onderwerp: Awe. The New Science of Everyday Wonder and How It Can Transform Your Life. Daarmee lijkt Keltner te suggereren dat het hier om een soort zelfhulpboek zou gaan. Hoewel Keltner in zijn boek veel persoonlijke anekdotes en die van anderen aanvoert om zijn betoog te onderbouwen is het geen boek van grote stappen, snel thuis. Maar hij laat wel zien dat hij ook een begenadigd verhalenverteller is.

Keltner komt na zijn onderzoek tot de volgende definitie van ‘awe’. Het is: ‘the feeling of being in the presence of something vast that transcends your current understanding of the world.’[1] Hij onderscheidt in zijn boek acht soorten bronnen van verwondering:

-         1: Morele schoonheid: goedheid, barmhartigheid, daden van altruïsme

-         2: Gezamenlijke of collectieve effervescence[2], emoties die die onstaan wanneer mensen opgaan in een gedeelde activiteit zoals sport of dans

-         3: Natuur, natuurbeleving: staan onder de sterrenhemel, bij een waterval of een woudreus

-         4: Muziek

-         5: Beeldende kunst: architectuur, schilderijen et cetera

-         6:: Spirituele en religieuze ervaringen

-         7: Verhalen rond leven en dood, bijvoorbeeld het zien van een geboorte, of aanwezig zijn bij het uitblazen van iemands laatste adem

-          8: Epifanieën: een plotseling inzicht in, of besef van bepaalde essentiële waarheden van het leven.

Keltner vat 'awe' vaak samen met vocale uitingen als 'whoa!' of 'wow!' Dat vat het wel goed samen denk ik. Gevoelens van verwondering worden niet alleen getriggerd door het bijzondere, maar soms ook door het alledaagse. Het zijn ook geen zaken per se groots en meeslepend zijn of maar een keer in je leven voorkomen. Daarmee blijkt dat deze emotie – als wetenschappelijk adviseur van de Pixar-film ‘Inside Out’ wilde Keltner naast de basisemoties als Vreugde (Joy), Boosheid (Anger) en Vrees (Fear) ook  ‘Awe’ toevoegen – een zeer democratische is. Het blijkt ook nog eens dat het ervaren ervan mensen minder egocentrisch en materialistisch maakt. Bovendien schept het een gevoel slechts een klein radertje in het grote geheel te zijn ook een besef van verbondenheid met het heelal en het leven. In dit gevoel transcenderen, overstijgen we, onze zelfgerichtheid naar een staat waarin we ons verbinden met iets dat groter is dan onszelf. Keltner zegt: 'Awe (verrukking, vervoering, et cetera) neemt ons op in het geheel van het leven en daardoor begrijpen we dat we een deel zijn van zoveel zaken die groter zijn dan onszelf. Het helpt ons samen de grote vragen des levens te overdenken.'



[1] (Keltner, 2023)

[2] Een begrip gemunt door de socioloog Emile Durkheim.

dinsdag 12 augustus 2025

Regenboog

Regenboog boven Trassem

Enkele jaren geleden, tijdens onze vakantie in Duitsland, zaten Remco en ik te eten op het overdekte terras van ons hotel in Trassem. Inktzwarte wolken hadden zich samengepakt boven de beboste heuvels. Tegelijk liet de zon zijn lichtstralen verstrooien door de regendruppels. Tegen het dreigende decor van de wolken tekenden de groene heuvels zich, nog badend in het zonlicht, scherp af. Een groter contrast was niet denkbaar.

En ineens stond ie daar, majestueus en met felle kleuren: een betoverend mooie dubbele regenboog. 180 graden rond, de ene hoek van het dal verbindend met de andere. De aanwezige gasten lieten hun diner even staan om van het natuurschoon te genieten. Met mobiele telefoons in de aanslag werd het spektakel vastgelegd. "Ach wie schön", zei onze serveerster. "Doppelt! Das bringt Glück!"

In volksverhalen en mythen spelen regenbogen een grote rol. In de Noorse mythologie was de regenboog de brug Bifröst die de aarde met de verblijfplaats van de goden verbond. Voor de Grieken was Iris – haar naam betekent "spreker" of "verteller" – de godin van de regenboog. Wanneer de godin Iris een boodschap van de hemel naar aarde brengt, verschijnt volgens de Griekse mythologie een regenboog als brug. In de mythologie van Mesopotamië was de regenboog de halsketting van Ishtar.

De regenboog speelt ook een belangrijke rol in het verhaal van Noach en de Zondvloed. Daarin plaatst God de regenboog aan de hemel als teken van zijn belofte de aarde nooit meer met een watervloed weg te vagen. En iedereen kent wel het verhaal van de pot met goud die te vinden zou zijn aan het eind van de regenboog. Om je die toe te eigenen moet je wel langs die narrige gnoom die de pot bewaakt.

De regenboog is ook het symbool van de LHBTIQ+-beweging, een teken van de veelkleurigheid en diversiteit van de gemeenschap. De regenboogvlag werd in 1978 door Gilbert Baker ontworpen voor de Gay Pride in San Francisco. De vlag, die inmiddels een aantal gedaanteverwisselingen en aanpassingen heeft ondergaan, wordt vaak gehesen als steunbetuiging aan de queergemeenschap en haar strijd voor acceptatie.

Dat de regenboog niet alleen door de queergemeenschap omarmd is blijkt uit het feit dat in 1961 in Italië voor het eerst een regenboogvlag met het woord Pace (vrede) gehesen werd bij een vredesmars. Ook in 2002 werd de vlag tijdens de Pace da tutti i balconi campagne uit protest tegen de aanstaande invasie van Irak gehesen. Tijdens de Vredesweek gaat bij veel kerken in Nederland de regenboogvlag met het woord Vrede uit. In de jaren 80 had menig evangelisch christen een sticker met Er is Hoop op de auto. Naast deze woorden stond een regenboog.

Veel gemeenten in Nederland hebben inmiddels een regenboogzebrapad. In grotere steden zijn er regelmatig Pride-evenementen, waarvan de bekendste de Amsterdamse Gay Pride is met zijn botenparade. Zelf ben ik twee keer als deelnemer met de boot van GroenLinks mee gevaren en een keer heb ik het spektakel vanaf de kade aanschouwd. Nu ben ik in mensenmassa's niet helemaal senang. Dus toen er naast Remco en mij een handgemeen uitbrak - blijkbaar wilde een der omstanders een handtastelijke buurman met een rake tik tot de orde roepen - was de lol er voor ons snel af.

Met het organiseren van Pride-evenementen, het hijsen van de regenboogvlag en aanleggen van regenboogpaden betuigen gemeenten hun adhesie aan de queergemeenschap en laten zij hun verdraagzame, inclusieve kant zien. Diversiteit mag gevierd en getoond worden. Maar vanzelfsprekend is dit allemaal niet. Hoewel de Nederlandse wetgeving minderheden tegen het gebullebak van de meerderheid beschermt en het anti-discriminatiebeginsel grondwettelijk is vastgelegd in artikel 1: "Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, handicap, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook, is niet toegestaan", zijn er elementen die deze uitingen opdringerig, aanstootgevend en verwerpelijk vinden. Zo blijken regenboogpaden regelmatig het mikpunt van vandalisme te zijn.

Regenboogpad in Rijswijk
Over het algemeen denk ik dat deze zure oprispingen van anti-LHBTI-sentimenten een gevolg zijn van een tekort aan hersencellen. Dat dit niet altijd het geval is blijkt uit het feit dat in 2023 een raadslid in Hengelo voor Forum voor Democratie - een club die prat gaat op zijn academisch opgeleide parlementariërs  - op X een foto van een straat versierd met regenboogvlaggen plaatste naast een foto met een met straat vol hakenkruisvlaggen. Daardoor werd een verband of overeenkomst gesuggereerd met Nazi-ideologie. Was geblondeerde Geert het aanvankelijk "niet eens" met de inhoud van de Nashville Verklaring, niet veel later barste hij in de Tweede Kamer los over de "LHBTI-gekte". Het knuffelen van de queermens is dus blijkbaar opportuun om anti-islamsentimenten aan te wakkeren, maar het mag ook weer niet te gek worden.

Dat de regenboog symbool van de queergemeenschap is, is ook niet voor iedereen acceptabel. Dat is vaak - maar niet uitsluitend - het geval binnen behoudende geloofsgemeenschappen, kerken en religieuze stromingen. Als uiting van acceptatie van een in hun optiek verwerpelijke levensstijl, en herkenningsteken van de zogenaamde genderideologie wordt de regenboogvlag vaak gezien als een banier tegen God en zijn scheppingsorde. De regenboog zou dus gekaapt zijn. Anderzijds tooien veel kerken zich juist met de regenboogvlag en dragen queer- en sympathiserende predikanten tijdens roze of Pridevieringen stola's in regenboogkleuren.

Binnen veel gemeenten, zoals in de Alblasserwaard, is het hijsen van de regenboogvlag niet aan de orde of een punt van heftige discussie en protest. De rechtse nieuws- en opiniesite De Dagelijkse Standaard prees in een bericht de gemeente Barneveld voor het niet buigen voor de "woke-terreur van het COC" met de weigering de vlag uit te hangen. In mijn vroegere woonplaats Katwijk wappert daarentegen sinds een paar jaar de regenboogvlag op Coming-outdag. Dit om te onderstrepen dat je ook in deze vanouds kerkelijke plaats mag zijn wie je bent.

Toch is de wettelijk vastgelegde bescherming geen garantie dat minder verlichte elementen een poging doen om hun haat en aversie tegen wat zij noemen de LHBTI-ideologie op intimiderende wijze te uiten. Zo wordt het hijsen van regenboogvlaggen gezien als een manier om deze "ideologie" door de strot te duwen. Dan denk ik: is het versieren van straten met Koningsdag dan een poging van Oranjeklanten om hun liefde voor het Koninklijk Huis meer republikeinse medeburgers door de strot te duwen? Is het volhangen van buurten met oranje vlaggen tijdens een WK of EK een poging van voetbalfans om hun liefde voor het balspel en het nationalistische sentiment dat ermee gepaard gaat op te dringen aan mensen die er niets mee hebben?

De Voorstraat in Katwijk op Koningsdag

De regenboog als symbool of boegbeeld houdt dus ook in dat het toe-eigenen van de regenboog vaak schuurt of tot verontwaardiging leidt wanneer de waarden van een bepaalde groep als strijdig met die van de eigen groep worden gezien. Wellicht dat daarom het regenboogje van de Er is Hoopsticker inmiddels door de stichting Agapè die deze verspreidt is vervangen door drie oranje boogjes.

Een symbool is een teken dat niet naar zichzelf verwijst, maar naar iets anders. Een rood hart verwijst bijvoorbeeld naar liefde, maar is niet het orgaan dat bloed in het lichaam rondpompt. Een symbool kan een sterke emotionele waarde hebben, zoals de vlag van een land. De vlag is niet het land zelf, maar kan wel gevoelens van vaderlandsliefde opwekken. Een symbool is vaak onderhevig aan verandering van betekenis. Het hakenkruis is van oorsprong een symbool dat onder andere staat voor de zon en de vier winstreken. Door de Nazi's is het hakenkruis zo besmet dat je je er niet met goed fatsoen mee kunt vertonen.

De symboolfunctie van de regenboog zou wel eens net zo ongrijpbaar, veranderlijk en vlietend kunnen zijn als de echte regenboog. Of net zo veelkleurig. Iedereen kan er het hare of zijne in zien. Geen enkele groep kan de regenboog voor zichzelf claimen, net zo min als de regenboog alleen aan de hemel verschijnt voor een select gezelschap. Misschien zou in plaats van een splijtzwam te zijn de regenboog juist die ándere symboolfunctie kunnen vervullen: die van een verbindende brug. Een teken van hoop dat we in al onze diversiteit meer gemeenschappelijk hebben dan we denken. Naïef gedacht misschien, maar wellicht een manier om die legendarische (en symbolische) pot met het goud van respect en verdraagzaamheid aan die gnoom van vooroordeel, haat en vijandigheid te ontfutselen.

vrijdag 8 augustus 2025

Ithamar


Bovenstaand plaatje is afkomstig uit het album met foto's van mijn reis naar Israël in augustus 1990. Het was een groepsreis waarin twee weken een gezelschap van jongeren - ik zou een paar weken later mijn vijfentwintigste verjaardag vieren - met Jeruzalem als uitvalsbasis het Land van Melk en Honing zou gaan bekijken. De deelnemers waren allen christelijk: Hervormd, Gereformeerd, Baptist en een verdwaalde Katholiek. Reisleider Pim (op de foto in het midden) zorgde regelmatig voor een quote uit de bijbel als onderschrift bij een bepaalde bezienswaardigheid. Onze gids was een Israëli met een Nederlandse achtergrond genaamd Ithamar, hier rechts op de foto, leunend op het hek.

Ithamar was als gids niet reisleider Pims eerste keus. Liever had deze een archeoloog of historicus als gids gehad. Ithamar was een geoloog die ’s zomers wat bijbeunde door groepen rond te leiden en op de bekende plaatsen iets te vertellen van de historie of andere interessante zaken. Hij was joods, maar niet religieus. Hoewel hij zich in ons gezelschap redelijk op de vlakte hield kon hij als wetenschapper het soms niet laten plagerige uitspraken te doen, bijvoorbeeld over de ouderdom van de aarde, of over de betrouwbaarheid van de bijbel als historische bron. Zo had hij grote twijfels of het verslag van Jezus' verhoor door Pilatus wel betrouwbaar was aangezien daar verder geen getuigen bij waren. Terugblikkend denk ik dat Ithamar het eerste zaadje van mijn latere vrijzinnigheid zaaide.

Maar wat Ithamar zei vond ik prikkelend en plausibel. Ithamar had met zijn wilde haardos wel iets kwajongensachtigs over zich, iets wat goed te zien is op de foto hierboven. Deze is genomen bij de Jordaan, bij zo'n plek waar gelovigen - vooral Amerikanen - graag kopje onder gingen om zich te laten dopen. Soms voor de tweede of zelfs derde keer, want hé, het is wel de rivier waar Jezus zich liet dopen. Dat Ithamar de hele vertoning wel vermakelijk vond bleek toen hij de typisch Amerikaanse theatraliteit van sommige dopelingen nadeed. 'Halleluja!' Terwijl op de foto ons gezelschap met Pim discussieert over wat nu de juiste manier van dopen is: baby's besprenkelen met een beetje water of als volwassene je helemaal onder laten dompelen, houdt Ithamar zich wijselijk afzijdig van dit christelijk onderonsje en leunt relaxt op de reling.

Na een opmerking over de bijbel als onfeilbaar en door God ingeblazen voelde Ithamar zich uitgedaagd om een stukje historisch-kritische bijbelwetenschap in de groep te gooien. Want als de bijbel onfeilbaar is moest deze toch een accuraat ooggetuigenverslag bevatten van de gebeurtenissen die erin beschreven zijn?  Neem bijvoorbeeld de oorsprong van de boeken van Mozes die niet door Mozes geschreven konden zijn. Zo vertelde Ithamar dat in de zevende eeuw voor Christus de Assyriërs, de toenmalige grootmacht, het noordelijke koninkrijk Israël veroverd hadden en de bevolking gedeporteerd. Het kleinere Juda was vooralsnog de dans ontsprongen maar was niet meer dan een ministaatje, een vazal van Assyrië, met Jeruzalem als hoofdstad.

Toen het stof van de oorlog neergedwarreld was en de Assyriërs hun handen ergens anders vol hadden besteeg de jonge koning Josia de troon in Juda. Door het machtsvacuüm lukte het Josia om bepaalde zaken eens flink aan te pakken. Zo voerde hij een forse - en gewelddadige - religieuze hervorming door, zelfs tot buiten de grenzen van zijn domein. Ook werd de vervallen tempel van Salomo eens flink onder handen genomen. Daarvoor moest natuurlijk heel wat opgeruimd worden. En zoals we allemaal wel eens meegemaakt hebben met het opruimen van een zolder of schuur, kwam er iets onverwachts tevoorschijn. In dit geval een boekrol met de wetten van Mozes. Die boekrol verscheen wel heel toevallig en er bleek ook van alles in te staan dat de religieuze hervorming van Josia van religieuze onderbouwing moest voorzien. Toen Ithamar ons dit vertelde zei hij nog net niet: ‘tadaa!’

Maar over het geheel ging Ithamar respectvol om met de religieuze gevoeligheden van het gezelschap. Zijn verantwoordelijkheid betrof ook het welzijn en de veiligheid van de groep. Aangezien het in deze contreien flink warm kan worden in augustus zag hij erop toe dat iedereen voldoende water dronk. Zeker na een wandeling. Een van de dames klaagde op een gegeven moment dat ze misselijk was van al dat water, waarop Ithamar zei: 'Ben je misselijk? Dan heb je nog niet genoeg gedronken.' Waarop de dame in kwestie met tegenzin haar fles leegdronk. Tijdens een wandeling in een kloof in de woestijn liet een steen los waarna een van de jongens in onze groep - die hoogtevrees bleek te hebben - verstarde van angst. Ithamar nam vervolgens de jongen aan de hand mee tot we weer bij de bus waren.

Hij laveerde het gezelschap ook wijselijk om gebieden heen waar gevaar op de loer kon liggen. Ook waarschuwde hij dat sommige verkopers van broden hun waren nog wel eens met kar en al omkiepten om vervolgens de argeloze toerist te beschuldigen dit te hebben gedaan en schadevergoeding te eisen. Daarnaast was hij er als de kippen bij als een winkelier te veel voor een souvenir rekende en moedigde hij ons aan om altijd af te dingen. Bij wijken met veel orthodoxe Joden was het advies aan de dames: kleed je zedig. Dat advies gaf hij ook aan een Amerikaanse dame bij een bezoek aan Kapernaüm. Met die blote knieën zouden de paters daar haar de site niet laten betreden.

Bij Ein Gedi.
Op de achtergrond de Dode Zee

Was het de eerste helft van de reis vooral sightseeing in Jeruzalem en directe omgeving, het tweede deel van de reis betrof de verkenning van de rest van het land, om te beginnen met een reis naar het diepe zuiden; richting de Negev en Eilat. Op de dag van vertrek zaten we in de lobby van het hotel op de bus te wachten. Buiten was het ongewoon fris en bewolkt, maar geen nood: naarmate we verder in het zuiden kwamen zou de temperatuur wel oplopen. Op een tv stond het nieuws aan en toonde beelden van rijdende tanks en een kaart van Irak. Het was duidelijk dat er iets ernstigs aan de hand was in de Golf. Ithamar vertelde dat Irak Koeweit was binnengevallen.

Met dit nieuws stapten we in de bus en weldra lieten we Jeruzalem achter ons. Eenmaal bij de stad Beerscheba, aan de rand van de Negev, klaarde het weer op en naarmate we verder de woestijn in reden liep ook de temperatuur op. Vanwege de vele militaire bases in het gebied was het op veel plaatsen niet toegestaan om te fotograferen. Op een geven moment klonk het uit de microfoon: 'Er zijn hier kamelen.' En inderdaad sjokten er een paar dromedarissen relaxt door het land. Volgens Ithamar waren ze niet wild. De eigenaars, Bedoeïenen, hielden zich waarschijnlijk ergens vlakbij op.

Als geoloog had Ithamar ook oog voor het bijzondere landschap met zijn kloven, rotspartijen en adembenemende vergezichten . Zo werden we getrakteerd op de verbluffende schoonheid van de Wadi Paran en het Keteldal van Ramon. Uitkijkend over deze valleien werd ik getroffen door de tastbare stilte die het landschap omhulde. De rotswanden met hun opgestapelde aardlagen boden een inkijkje in de geschiedenis van onze planeet. Hier ervaarde ik het gevoel van wat de Diepe Tijd wordt genoemd: geologische tijd die miljoenen tot miljarden jaren omspant. Tijd van een schaal die iedere menselijke ervaring en voorstellingsvermogen te boven gaat. (In haar boek 'Geheimen uit de diepe tijd' zegt Helen Gordon dat  we begrip van diepe tijd nodig hebben om ons vragen te kunnen stellen als: 'Waarom ben ik hier?', 'Waar kom ik vandaan?' en: 'Waar ga ik naartoe?'.) Veel meer dan de religieuze heksenketel van Jeruzalem maakte dit landschap een enorme indruk op mij.

Keteldal van Ramon

Ithamar heeft nog meer prachtige landschappen laten zien zoals de zoutsteenformaties bij de Dode Zee. Op een voormalig strand van prehistorisch meer vertelde hij dat de Dode Zee met de Jordaanvallei de noordelijke uitloper vormt van de Grote Slenk of Riftvallei die via de Rode Zee zich dwars door Afrika heen slingert tot in Mozambique. Door de vele fossielen van vroege mensachtigen weten we ook dat het de plaats is waar de mens is ontstaan. De vallei is nog steeds actief en zal uiteindelijk zich verbreden en verdiepen waardoor er een nieuwe oceaan zal ontstaan.

Met het nieuws uit Gaza en de vreselijke beelden op tv moest ik onlangs weer aan Ithamar denken. Hij uitte zich niet vaak over politiek (hij maakte zich wel zorgen over de gevolgen van de bezetting van Koeweit) of over de intifada. Toen ik opmerkte dat Gaza tot 1967 onder Egyptisch bestuur stond en mij afvroeg of Egypte na de teruggave van de Sinaï ook Gaza niet terug wilde zei hij alleen maar: 'Hadden ze het maar teruggegeven.' Terugdenkend aan deze vakantie en bladerend door het fotoalbum met de onderschriftjes die ik erbij had gezet komen de herinneringen bovendrijven. Ook zie ik dat ik in die tijd weinig theologisch onderlegt was en naïef wat betreft religieuze aangelegenheden en Israël. De wereld in nu eenmaal complex en niet zwart-wit.

Ik vraag me af of Ithamar nog leeft, wat hij zou denken van deze hele toestand? Maar ik ben ook blij dat hij mij een inkijkje gaf in de diepe tijd die alles relativeert en in perspectief van de eeuwigheid plaatst waarin de mensheid slechts een voetnoot is. Het is zoals Gordon het in haar boek zegt: in het licht van de enorme tijdspannen is de ons als individu, maar ook als soort, toegemeten tijd schokkend kort. Die kunnen we dan ook maar beter goed gebruiken.

Nein sagen

  Ik mag graag een boekwinkel bezoeken wanneer ik op vakantie ben. Duitsland is een land waar er veel te vinden zijn, zoals die van de grote...