dinsdag 27 oktober 2026

Vrij zinnig

Af en toe mag ik voorgaan in een kerkdienst. Dat kan zijn in Remonstrantse kerk in Den Haag of bij de Doopsgezinden in Zaanstad of bij een ander filiaal van een der meer vrijzinnige kerken. Een van deze kerkgenootschappen tooit zich inmiddels met naam Vrijzinnigen Nederland. Deze is in plaats van de oude naam Nederlandse Protestanten Bond (NPB) gekomen. Op de site staat vermeld dat de Vrijzinnigen Nederland ruimte wil bieden voor zingeving, verbinding en vrij denken. Binnen de Protestantse Kerk Nederland (PKN) zijn naast meer behoudende en evangelische geluiden ook nog steeds vrijzinnige stemmen te horen, bijvoorbeeld binnen de Vereniging van Vrijzinnige Protestanten (VVP).

Vrijzinnigheid is het venndiagram waarbinnen ze elkaar overlappen, hoewel de Doopsgezinden zich eerder ‘ondogmatisch’ zullen noemen. Men is over het algemeen wars van al te grote stelligheden en allergisch voor voorgeschreven leerstellingen en in beton gegoten geloofssystemen en godsbeelden. Twijfel en vragen stellen mag. ‘Dingen ter discussie stellen,’ zoals op de site van de Remonstranten te lezen is. Binnen deze kringen zal de een zich vrijzinnig gelovig noemen, de ander schurkt wat meer tegen het religieus humanisme aan.

De Remonstranten kennen wel een ‘geloofsbelijdenis’ (opgesteld in 2006) maar men spreekt eerder van een beginselverklaring. Nieuwe leden ondertekenen deze, maar schrijven daarnaast een eigen geloofsbelijdenis. De beginselverklaring stelt dat ‘onze bestemming niet in onverschilligheid en hebzucht gevonden wordt, maar in verbondenheid met al wat leeft.’ En: ‘dat ons leven deel is van een oneindig groter, onbevattelijk geheel.’ God wordt ondoorgrondelijke liefde genoemd en grond van het bestaan. Sommigen zullen zich unitariër noemen (die wijzen de drie-eenheid af) of pantheïst (kort door de bocht: God is alles, alles is God).

Ook de Doopsgezinden of Mennonieten[1] hechten waarde aan persoonlijke geloofsvrijheid, waarin men vrij is om te bevragen en te twijfelen. Doopsgezinden zien zich vooral als een doe-gemeenschap, onder het motto: ‘Daden gaan woorden te boven,’ en zijn bekend als pacifisten en in de kern geweldloos in hun streven naar vrede en gerechtigheid. In tegenstelling tot de Remonstranten – die een bijna uitsluitend Nederlandse aangelegenheid zijn – maken de Doopsgezinden deel uit van een wereldwijde geloofsgemeenschap. Alleen worden de vrije en blije Nederlandse Doopsgezinden door hun strengere broeders en zusters in Noord-Amerika met enig wantrouwen bekeken.

Vrijzinnigheid staat binnen meer orthodoxe of behoudende kringen vaak in een kwade reuk. Menigeen ziet vrijzinnigheid – als dat eenmaal wortel schiet – als een glijdende schaal naar geloofsafval en kerkverlating. Zo werd, en wordt, de gereformeerde theoloog Harry Kuitert (1924-2017) als hét vrijzinnige paard van Troje bij uitstek gezien. Met zijn boeken als Het algemeen betwijfeld christelijk geloof en uitspraken als ‘dat alle spreken van Boven van beneden komt, ook de uitspraak dat iets van Boven komt’[2] wordt hij bijna persoonlijk verantwoordelijk gehouden voor de sloop en leegloop van de kerk.

Over de hele brandbreedte van de christelijke kerken is er sprake van leegloop in Nederland geweest. Uitzonderingen zijn de behoudende reformatorische kerken en de pinkster- en evangelische gemeenten. In het laatste geval zijn er diverse megakerken ontstaan die vele duizenden gelovigen weten aan te trekken met popachtige muziek en zang begeleid door een band, en een prediking door hippe, in jeans en sneakers gestoken voorgangers die bladerend door de bijbel hun – over het algemeen vrij traditionele – boodschap aan de man en de vrouw brengen. De groei van deze megakerken gaat soms, en soms vaak, ten koste van het ledental van andere kerken in de omgeving waardoor deze soms weinig vlijend stofzuigerkerken worden genoemd.

In mijn omgeving reageren mensen soms bijzonder als ze weten dat ik nog wel eens voorga in een kerk. Een collega verontschuldigde zich zo eens omdat ze ‘verdomme’ in mijn aanwezigheid zei. Echt, daar lig ik niet wakker van. Totáál niet. Anderen hebben niets met kerk of religie en zien dit als de wortel van alle kwaad en één grote bron van ellende. (Tja, het geschiedenisboek van de christelijke religie kent bijzonder duistere passages.) Of men denkt dat ik ook een vrij traditioneel godsbeeld heb van een opa-achtige Vader in de hemel, omringt door een hemelse entourage, die straf en cadeautjes naar believen uitdeelt als ware hij Sinterklaas. Ook daar kan ik niets mee. Gepasseerd station.

Waarom dan toch die (vrijzinnige) kerken? Ik houd van de openheid, de bereidheid tot vragenstellen, de moed om te twijfelen aan dogma’s en stelligheden, de (oproep tot) verdraagzaamheid en de positieve houding naar wetenschap, kunst en cultuur en de aansporing vooral zélf over dingen na te denken en in gesprek met elkaar tot diepere inzichten te komen. Bovendien zetten veel kerken zich in om de samenleving op te bouwen door het ondersteunen van projecten als de voedselbank en voor een beter klimaat. Alles vaak op vrijwillige basis.

Het moet gezegd dat het de vrijzinnigheid niet voor de wind gaat. Misschien omdat vrijzinnigheid met een stukje vrijblijvendheid gepaard gaat. Je móét niet naar de kerk je mág. Veel van deze kerken kampen met vergrijzing. Er zijn minder schouders en de schouders zijn minder sterk. Als ik voor de kerkzaal sta zijn het soms twintig kerkgangers die de moeite hebben genomen om op zondagmorgen uit hun bed te komen. (Dank u.) Dan is dat al heel wat. Het doet me dan ook veel deugd als mensen na afloop mij bedanken voor de inspirerende woorden en dat ik ‘weer iets mee had gegeven om over na te denken, leeftocht voor de week.’ (Een kritische voetnoot komt ook voor hoor.)

Ik zou het jammer vinden als deze geloofsgemeenschappen zouden verdampen. Een van de redenen is dat ze vaak in de voorhoede hebben gestaan voor verdraagzaamheid en vrede, voor emancipatie van (seksuele en andere) minderheden. Zo waren het deze kerken die als eerste vrouwen een plaats op de kansel gunden en relaties van mensen van hetzelfde geslacht inzegenden nog voor dat het burgerlijk huwelijk daar klaar voor was. Een aantal jaren geleden wierven de Remonstranten leden met posters waarop onder meer te lezen was: ‘Mijn God trouwt ook homo’s. Het heeft voor een kleine aanwas gezorgd.

Veel van het vrijzinnige gedachtegoed is gemeengoed geworden in onze maatschappij (en ook in andere kerken) maar de laatste jaren staat dit meer en meer onder druk. Met name door algoritmen van sociale media die vooral verontwaardiging, boosheid en haat produceren. Vrijzinnige kerken zijn al lang - maar inmiddels niet uitsluitend - de natuurlijke bondgenoot van mensen van de regenboog- of queergemeenschap. Als gesprekspartner van overheid kunnen ze invloed uitoefenen op beleid en een spreekbuis vormen voor mensen die in de verdrukking dreigen te komen. Als plaatsen van gemeenschap en zingeving kunnen ze ruimte bieden voor ontmoeting waarin mensen echt met elkaar praten en uit de eigen bubbel kunnen stappen. Zoiets lijkt me vrij zinnig. Het zou jammer en een verarming zijn als die mogelijkheid verdwijnt.


[1] De oorsprong van de Mennonieten ligt in Friesland waar de voormalige priester Menno Simons (1496-1561) als reactie op de gewelddadige gebeurtenissen rond de radicale Anabaptisten of Wederdopers alle geweld afzweerde.

[2] Zo zei hij ook dat geloof een ‘antropologisch vloertje’ heeft. Ofwel: geloof, en theologie, is dus mensenwerk.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Vrij zinnig

Af en toe mag ik voorgaan in een kerkdienst. Dat kan zijn in Remonstrantse kerk in Den Haag of bij de Doopsgezinden in Zaanstad of bij een a...